De eerste geloofsovertuiging van de moslim
is de “kalimah”: Laa ilaahaa ill-Allah, Muhammadur Rasulullaah.
Dat betekent: er is geen god behalve Allah en Mohammed is Zijn Boodschapper.
Een ieder, die deze kalimah uitspreekt en ernaar handelt, moet als moslim
worden beschouwd.
De kalimah heet ook wel de “korte uitdrukking
van het geloof”. Hieruit volgen de andere geloofsovertuigingen.
Deze zijn de volgende:
geloof in Allah, Die alle perfecte
eigenschappen heeft;
geloof in de engelen, die ons
inspireren tot het doen van goede daden;
geloof in de Profeten en Boodschappers
van Allah, die naar alle volken op aarde werden gestuurd;
geloof in de Boeken van Allah,
die in opdracht van Allah door de Profeten aan alle volkeren werden
geopenbaard;
geloof in het leven na de dood,
wanneer wij de gevolgen zullen voelen van wat wij op deze wereld hebben
gedaan.
De Islam leert dat we niet alleen moeten
geloven, maar dat we ook goede daden moeten doen voor dat geloof.
Daarom moeten wij de bovengenoemde geloofsartikelen toepassen in ons leven.
Dat doen wij zo:
geloof in Allah: we moeten proberen alle
goede eigenschappen van Allah over te nemen om zo een beter mens te
worden;
geloof in de engelen: we moeten onze
goede gedachten en ingevingen volgen;
geloof in de Profeten en Boodschappers
van Allah: we moeten proberen de goede dingen van deze mensen toe te
passen in ons leven;
geloof in de Boeken van Allah: we moeten
alle goede dingen volgen, ongeacht in welk Heilig Boek die staan (Koran,
Bijbel, Veda’s, enz.);
geloof in het leven na de dood: we moeten
weten dat alles, wat we doen, door Allah beoordeeld zal worden.
De vijf zuilen voor de moslims zijn de volgende:
het geloof (is hierboven behandeld);
-> theorie
het gebed (salaat); -> praktijk
de armenbelasting (zakaat); ->
praktijk
het vasten (saum); -> praktijk
de bedevaart naar Mekka (hadj)
-> praktijk
Geloof, gebed, vasten en bedevaart zijn de
plichten van ons tegenover Allah.
De armenbelasting is de plicht van ons tegenover onze medemens.