Instituut voor Islamitische
Studies en Publicaties

 
 

 

Deze site tot uw startpagina maken? Klik hier!

De bijen

Ali, Samir en Sarah hebben vakantie. Het is lekker weer en daarom gaan ze vandaag spelen in de rozentuin, in het park. Als ze er zijn, rennen ze door de tuin. ‘Soebhanallah,’ zegt Sarah, ‘kijk eens naar al die mooie rozen, ze hebben alle kleuren van de regenboog!’‘Kijk een vlinder!’ zegt Samir’. Ali en Samir rennen achter de dartelende vlinder aan.

Ze wandelen met zijn drieën door het park. Opeens zegt Ali, ‘Wat is dat nou voor rare vrucht?’ Er hangt een rond stroachtig ding aan de tak van een boom.

‘Het lijkt wel een kokosnoot!’ zegt Samir lachend. Sarah komt ook kijken, ze ziet meteen wat het is en zegt, ‘Masja-Allah, dat is helemaal geen vrucht, dat is een bijenkorf!’ ‘Een bijenkorf?’ zegt Ali verbaasd, ‘wat is dat nou weer?’ ‘Dat is een huis waar de bijen in wonen’, antwoordt Sarah. ‘Ik heb nog nooit een bij gezien,’ zegt Samir. ‘Wil je er een zien?’ vraagt Ali en hij pakt een stok en gooit die tegen de bijenkorf. ‘Nee, niet doen!’ roept Sarah hard, maar het is al te laat. Als de bijenkorf schudt, beginnen de bijen te zoemen, er komt plotseling een hele zwerm bijen uit gevlogen.

‘Rennen!’ roept Ali. Ali, Samir en Sarah zetten het op een lopen. Maar de bijen zijn snel en willen de drie prikken. Ze gaan gauw een restaurant binnen voor hulp. De bijen gaan gelukkig weg.

‘Dat moet je nooit meer doen,’ zegt een man in het restaurant tegen Ali. ‘Maar Samir wilde weten hoe een bij eruit ziet,’ zegt Ali. ‘Hebben jullie nog nooit van honing gehoord?’ vraagt de man. ‘Jawel!’ zegt Samir, ‘dat smeert mama altijd op mijn pannenkoek.’ De man vertelt, ‘honing is een cadeau voor de mens van Allah (s.w.t.) , het smaakt heerlijk en het is heel gezond. De bijen halen de honing uit bloemen en bewaren het voor de mens in de bijenkorf.’ ‘Astaghfiroellah.’ zegt Ali met een beschaamd gezicht, ‘nou heb ik gewoon tegen het huis van de bijen geslagen, terwijl zij juist voor ons die lekkere honing maken.’ ‘Allah (s.w.t.) zal je vergeven,’ zegt Samir, ‘je wist het toch niet?’ Ali schudt zijn hoofd en zegt, ‘Ik zal het nooit meer doen.’

Bron: Boek voor kleine moslims, uitg. IBEB, deel 6