Instituut voor Islamitische
Studies en Publicaties

 
 

 

Deze site tot uw startpagina maken? Klik hier!

DE JONGEN DIE STENEN NAAR BOMEN GOOIDE

verhaal

In Madînah woont een kleine jongen. Het is een beste jongen, alleen heeft hij één hele slechte gewoonte. Hij gooit altijd stenen naar bomen. En hij vindt het nog leuk ook!

Op een dag gaat de jongen naar een oase, net buiten de stad. Die oase is lekker koel. In de schaduw groeien dadelpalmen, waar veel dadels aan hangen. Zodra hij ze ziet, raapt de jongen een paar stenen op en gooit ze naar de bomen. De stenen raken de dadelpalmen en de dadels vallen in het zand.

Na een tijdje stopt de jongen met stenen gooien. Hij begint de dadels op te eten. Daar houdt hij ook erg veel van! De dadels smaken heerlijk en de jongen eet ze allemaal op. Hij denkt er helemaal niet aan, dat hij de bomen beschadigt. Ook denkt hij niet aan de eigenaar van de bomen.

Als die eigenaar ontdekt wat de jongen heeft gedaan, wordt hij heel erg boos. Hij vermoedt wel, dat het een kwajongen is, die de dadels uit zijn bomen slaat. Daarom wacht hij de jongen op.

En ja hoor, daar komt de jongen weer. Hij gooit stenen naar de bomen en raapt de dadels op die gevallen zijn. Daar heeft de eigenaar op gewacht. Hij rent op de jongen af en grijpt hem in zijn nekvel. De jongen schrikt zich een hoedje. Als hij het boze gezicht van de man ziet, wordt hij erg bang. Maar hoe hard hij ook schreeuwt en tegenspartelt, de eigenaar laat hem niet los.

De jongen wordt meegenomen naar de Profeet Muhammad (vrede zij met hem). Daar vertelt de eigenaar wat de jongen heeft gedaan. De jongen is bang dat de Profeet heel erg boos op hem zal zijn, maar dat is helemaal niet zo. Hij spreekt op een rustige, zachte toon met de jongen.

“Waarom gooi jij stenen tegen bomen?” informeert de Profeet.

“Om dadels te krijgen”, antwoordt de jongen. “Als ik niet met stenen gooi, hoe moet ik dan aan die dadels komen?”

De Profeet begrijpt meteen, dat de jongen nog maar klein is en nog veel moet leren. Hij vindt dat de jongen niet echt ondeugend is geweest, alleen maar onnadenkend. Daarom aait de Profeet hem over zijn hoofd om hem gerust te stellen. Hij spreekt hem vriendelijk toe.

“Gooi geen stenen tegen de bomen”, zegt hij tegen de jongen. “Want als de bomen beschadigd zijn, dan geven ze geen fruit meer. Eet alleen de dadels, die vanzelf op de grond gevallen zijn.”

Daarna zegent de Profeet de jongen. Hij vraagt Allâh, of de jongen snel wijs en verstandig mag worden.

De jongen heeft die dag een belangrijke les geleerd. Hij heeft geleerd, dat hij geen bomen kapot mag maken om aan dadels te komen. De bomen geven hun dadels zelf, door ze te laten vallen als ze rijp zijn. Nu is de jongen al een stuk wijzer dan daarvoor. Hij voelt zich ook een stuk gelukkiger. Want hij heeft gemerkt, dat de Profeet aardig voor hem was. Ja, de Profeet houdt van alle kinderen.