Fasting
The Holy Qur’an
says:
“O you who believe,
fasting is prescribed for you, as it was prescribed for those before
you, so that you may guard against evil” (or that you may learn
self-restraint or so that you may be careful of your duty to God)
(2:183).
A person who
is proud and haughty, suspicious, rude and ill-mannered, a person
who does not keep away from indecency and evil, a person who is
not prepared to accept disappointments and bitterness in life, and
is not prepared to submit cheerfully and spontaneously to the will
of God is not, in fact, careful of his duty to God; neither does
he understand the meaning of love of God, nor of fear of Him.
Fasting in Ramadan
is a disciplinary moral action which helps to guard against evil
on the one hand and to attain nearness to God on the other.
“Allah desires
ease for you, and He desires not hardship for you, and (He desires)
that you should complete the number and that you should exalt the
greatness of Allah for having guided you and that you may give thanks”
(2:185).
“And when My
servants ask thee concerning Me, surely I am nigh. I answer the
prayer of the suppliant when he calls on Me, so they should hear
My call and believe in Me that they may walk in the right way” (2:186).
Abstaining from
food and drink is not enough unless it is accompanied by abstention
from falsehood and deception, for, unless desire is overcome, fasting
cannot have a purifying effect.
“One who does
not abandon deception and telling lies,” says the Holy Prophet Muhammad
(pbuh), “then God does not need his keeping himself from eating
and drinking” (Al-Bukhari).
Source: The
Islamic Review, March 1962
Ramadan Mubarak from the Institute for Islamic Studies and Publications to all our readers.
You may click here to listen to two devotional songs composed and performed by Sharda Ahmadali for the weekly TV programme, Apna Kalakaar. |
Het
vasten
De Heilige Koran
vermeldt:
"O jullie
die geloven, het vasten is jullie voorgeschreven zoals het was voorgeschreven
aan degenen vóór jullie, opdat jullie je zullen hoeden
voor het kwaad (of: opdat u zelfbeheersing aanleert, of: opdat u
zich uw plicht tegenover God herinnert)" (2:183).
Iemand die trots
en hooghartig is, onbeschaafd en slecht gemanierd, iemand die niet
wegblijft van onfatsoenlijkheid en kwaad, iemand die niet voorbereid
is om teleurstellingen en verbittering in het leven onder ogen te
zien, en ook niet voorbereid is om zich spontaan te onderwerpen
aan de wil van God, is zich in feite niet bewust van zijn plicht
tegenover God. Ook kent hij de betekenis niet van de liefde van
God, noch van vrees voor Hem.
Het vasten in
de Ramadan is een morele discipline, die enerzijds helpt om ons
tegen het kwaad te beschermen en anderzijds nabijheid tot God teweegbrengt.
"Allah
wenst gemak voor jullie en Hij wenst geen ontbering voor jullie
en (Hij wenst) dat jullie het aantal volmaken en dat jullie de grootsheid
van Allah verheerlijken, omdat Hij jullie heeft geleid en opdat
jullie dank kunnen zeggen" (2:185)
"En wanneer
Mijn dienaren jou vragen stellen omtrent Mij, ben Ik waarlijk nabij.
Ik verhoor de smeekbede van de smekeling wanneer hij Mij aanroept,
dus zij zouden aan Mijn roep gehoor moeten geven en in Mij geloven
opdat zij de juiste weg kunnen bewandelen" (2:186).
Het niet eten
en drinken is niet voldoende, zolang het niet vergezeld wordt van
het wegblijven van leugens en bedrog, want zolang men zijn begeerten
niet onder controle heeft, kan het vasten geen reinigend effect
hebben.
"Degene
die bedrog en het liegen niet opgeeft," zei de Heilige Profeet
Mohammed (vzmh), "van hem heeft God het wegblijven van zijn
eten en drinken niet nodig" (Al-Bukhari).
Bron: The
Islamic Review, maart 1962
Het Instituut voor Islamitische Studies en Publicaties wenst aan alle lezers een gezegend Ramadan toe.
U kunt desgewenst hier klikken om te luisteren naar twee religieuze liederen, gecomponeerd en voorgedragen door Sharda Ahmadali in opdracht van het wekelijkse TV programma Apna Kalakaar.
|