Social
equality
The doctrine
of social equality has been illustrated by the Prophet Muhammad
in his personal example. Thus he was inspired to announce:
“I am the first
of those who submit” (Qur'an, 6:164).
In other words,
he was the foremost of those who are observant of the commandments
of God which he preached. He also announced:
“Surely, I fear,
if I disobey my Lord, the chastisement of a grievous day” (Qur'an,
6:15).
That is to say,
if he failed to obey these commandments which God had revealed to
him, he would have to suffer the same punishment which was to be
inflicted on other violators.
The Prophet
also said:
“Those who have
gone before you have perished, because when any among their nobility
committed theft, they would let them off, and when any weak among
them committed the same crime, they would enforce the law of punishment.”
In other words,
nations meet with their destruction because they are rigid in the
enforcement of the law in the case of the weak, but spare the evil-doers
among the big ones. Calamity is sure to befall when such a state
of affairs creates an atmosphere of insecurity which results in
social disturbances and the consequent ruin of the nation.
By the enforcement
of such principles Islam succeeded in bringing about an unprecedented
revolution in the world.
Amr ibn ul-Aas,
the Governor of Egypt, was a man of great influence and personality.
His son once unjustly thrashed a poor Copt in Egypt where his father
was the Governor. Caliph Umar had him summoned to Medina and punished
him in the public. This extraordinary standard of justice and equity
created an impression on the minds of the people with regard tot
the teachings of Islam. The people of Egypt were greatly impressed
by this unexpected act of justice. They became convinced that these
teachings were at least a guarantee for peace and security in the
real sense of the terms, and that the followers of Islam were firm
in observing the law of Islam.
In the same
way, a Syrian King who had just embraced the faith of Islam went
to the city of Makka to perform pilgrimage. While he was going round
the sacred House, a certain Bedouin chanced to trample upon a part
of the King’s trails. Jabala, the King, considered
this as an act of extreme insolence on the part of the Bedouin and
became furious. He gave the Bedouin a hard slap on his face. When
Caliph Umar received a complaint against this act of the King, he
ordered that the Bedouin should also slap the face of the King in
retaliation. This judgment was an expression of the Islamic sense
of justice.
Source:The
Triumph of the Holy Qur'an
Author: Maulana Sadr ud-Din |
Sociale gelijkheid
De leer van
sociale gelijkheid werd door de Profeet Mohammed door zijn persoonlijke
voorbeeld geïllustreerd. Zo werd aan hem geopenbaard om te
verkondigen:
“Ik ben de eerste
van degenen die zich onderwerpen” (Koran, 6:163).
M.a.w., hij
was de eerste van degenen die de geboden van God die hij predikte,
in acht nam. Hij verkondigde ook:
“Waarlijk vrees
ik, als ik ongehoorzaam ben aan mijn Heer, de straf van een vreselijke
dag” (Koran, 6:15).
D.w.z., indien
hij tekortschoot om deze geboden die God aan hem had geopenbaard
te gehoorzamen, zou hij dezelfde straf moeten ondergaan, die aan
andere overtreders zou worden opgelegd.
De Profeet zei
ook:
“Degenen voor
jullie zijn ten onder gegaan, omdat wanneer iemand onder hun edelen
diefstal had begaan, dan lieten ze hem gaan, maar wanneer een zwakke
onder hen hetzelfde misdrijf bedreven had, voerden ze strafwetten
uit.”
M.a.w., naties
gaan hun ondergang tegemoet, omdat ze streng zijn in het handhaven
van de wet in geval van de zwakken, maar de slechtdoeners onder
de hogen sparen. Er zal zeker onheil optreden wanneer zo’n toestand
van zaken een sfeer van onveiligheid schept, wat resulteert in sociale
onrust en vervolgens in de ondergang van zo'n natie.
Door het naleven
van zulke principes slaagde de islam erin een ongekende omwenteling
op de wereld te veroorzaken.
Amr ibn ul-Aas,
de gouverneur van Egypte, was een zeer invloedrijke en grote persoonlijkheid.
Zijn zoon ranselde eens zonder reden een arme Kopt in Egypte waar
zijn vader gouverneur was. Kalief Umar riep hem terug naar Medina
en strafte hem in het openbaar. Deze opmerkelijke norm van rechtvaardigheid
en onpartijdigheid liet een grote indruk achter op de gedachten
van de mensen wat betreft de leringen van de islam. Het volk van
Egypte was zeer onder de indruk van deze onverwachte daad van rechtvaardigheid.
Ze raakten ervan overtuigd dat deze leringen op z’n minst vrede
en veiligheid in de werkelijke zin des woords garandeerden, en dat
de volgelingen van de islam zich trouw hielden aan de wetten van
de islam.
Evenzo ging
een Syrische koning die net het geloof van de islam had omarmd,
naar de stad Mekka om de bedevaart te verrichten. Toen hij rond
het heilige Huis liep, trapte een zekere bedoeïen per ongeluk
op de sleep van de mantel van koning. Jabala, de koning, beschouwde dit als een buitengewone onbeschofte daad
van de kant van de bedoeïen en werd woedend. Hij gaf de bedoeïen
een harde klap in zijn gezicht. Toen kalief Umar klachten ontving
van deze handeling van de koning, gaf hij het bevel dat de bedoeïen
als vergelding ook de koning een klap in het gezicht moest geven.
Dit oordeel was een uiting van het islamitische rechtvaardigheidsgevoel.
Bron:The
Triumph of the Holy Qur'an
Auteur: Maulana Sadr ud-Din.
|