Instituut
voor Islamitische |
||||||||||||||
|
|
De Dageraad Download printversie: RIGHT-CLICK hier --> save target as In deze editie:
Op onze website:
BOOSHEID Recentelijk is het onderwerp van “moslimboosheid” en de onrechtvaardigheden die medemoslims elders op de wereld ondergaan zeer op de voorgrond in het nieuws en in discussies getreden. Men zegt dat deze boosheid extremistische groepen aanmoedigt om hun woede en frustratie te koelen door buitensporig geweld, zonder achting voor het nemen van levens van onschuldige mensen. Als het inderdaad boosheid is die deze daden aanwakkert, dan is het voor een moslim een zeer belangrijke zaak om uit te zoeken wat de leer is van de Heilige Koran en de Heilige Profeet Mohammed (vzmh) hoe men zich moet gedragen wanneer men boos is. In de Heilige Koran wordt aan de gelovigen gezegd: “En haast jullie naar vergeving van jullie Heer en een Tuin, zo groot als de hemelen en de aarde; het is bereid voor degenen die aan hun plicht voldoen: Degenen die uitgeven in voorspoed en in tegenspoed en degenen die (hun) boosheid bedwingen en mensen vergeven. En Allah heeft degenen die goeddoen (aan anderen) lief.” (3:133-134) De woorden die vertaald zijn als “degenen die (hun) boosheid bedwingen en mensen vergeven” (al-kazimina-l-ghaiz wa-l-‘afina ‘ani-n-nas) betekenen letterlijk: “onderdrukkers van boosheid en vergevers van mensen”, en het woord dat hier voor “mensen” is gebruikt, betekent de mensheid in het algemeen. Zo is het dus hoe moslims naar buiten moeten treden op de wereld, als onderdrukkers van hun boosheid en vergevers van de mensheid. Omdat het begin van deze passage de moslims zegt om zich te haasten om vergiffenis van God te zoeken, duiden deze woorden erop dat we, om die vergiffenis te winnen, onze woede tegen anderen moeten onderdrukken, hen vergeven en in feite goed doen tegenover hen. Hebben we geen dingen gedaan die God boos maakt, en willen we dan dat Hij Zijn boosheid aan ons toont? Zoniet, dan moeten we op gelijke wijze onze boosheid bedwingen tegenover degenen die ons verkeerd hebben behandeld. Deze passage leert ons drie graden van reactie tegenover degenen die ons verkeerd hebben behandeld, en we dienen op te klimmen naar het niveau dat het meest effectief is onder de omstandigheden. De laagste graad die van ons wordt verlangd, is dat we onze boosheid bedwingen, en dit is het minste wat we kunnen doen. Elke reactie die op boosheid is gebaseerd, zal onvermijdelijk buitensporig en onrechtvaardig zijn, en kan zelfs de benadeelde partij schade berokkenen. Daarom moet onze reactie begrensd zijn tot in de juiste verhoudingen en rationeel. Verder nog dan het onderdrukken van boosheid, kunnen we degenen die ons verkeerd behandelen vergeven in plaats van hen te willen straffen, indien dat ervoor zorgt dat ze hun onrechtvaardig-heden inzien en hun handelwijzen veranderen. Tenslotte kunnen we zelfs nog verder gaan en kwaad met goed vergelden, en ook hier als ze daardoor hun wangedrag opgeven. Volgens deze passage, loopt de weg naar de hemel alleen via het onderdrukken van uw boosheid en het vergeven van andere mensen. Op een andere plaats zegt de Koran, terwijl die de goede eigenschappen beschrijft waarnaar de gelovigen dienen te streven: “En, altijd wanneer zij boos zijn, vergeven zij. … En degenen die zichzelf verdedigen, wanneer zij worden gekweld door een groot onrecht. En de vergelding voor kwaad is een straf daaraan gelijk; maar wie vergeeft en zich betert, zijn beloning ligt bij Allah. … En wie geduld toont en vergeeft — dat is waarlijk een zaak van grote vastberadenheid.” (42:37-43) Ook dit vers leert dat er absoluut geen represaille bestaat die gevoed wordt door boosheid, zelfs als er sprake is van “een groot onrecht”. Het minimale wat met kan doen is “het gelijke”, ofwel reageren in verhouding tot het kwaad, maar vergiffenis wordt hier drie maal aanbevolen, ook als een middel tegen boosheid. Het woord dat hier vertaald is als “betert” in de zinsnede “wie vergeeft en zich betert” wordt in verschillende koranvertalingen vertaald als “verzoening teweegbrengt”, “zaken rechtzet”, “vrede sticht” of “zich heeft verzoend”. Rechtvaardigheid boven haat De Koran draagt de moslims op: “En laat niet de haat voor een volk — omdat zij jullie verhinderden de Heilige Moskee te bezoeken — jullie aansporen tot overtredingen.” (5:2) “O jullie die geloven, wees oprecht voor Allah, getuig op rechtvaardige wijze; en laat de haat voor een volk jullie niet aansporen onbillijk te handelen. Wees rechtvaardig; dat staat nader tot de vervulling van jullie plicht. En voldoe jullie plicht aan Allah. Waarlijk is Allah Zich Bewust van wat jullie doen.” (5:8) Er kunnen begrijpelijke redenen zijn waarom iemand haat en boosheid tegenover een ander volk koestert, maar deze verzen leren de moslims in duidelijke taal dat zulke gevoelens hen niet moeten ophitsen tegen deze anderen tot buitensporige daden en morele en wettige overtredingen. Ze moeten zich niet alleen weerhouden van onbillijke handelingen uit haat tegen een ander volk, maar nog meer dan dat, ze moeten zich strikt eraan houden hen met gelijkheid en rechtvaardigheid te behandelen. Dit wordt hier benadrukt als een deel van de basisplichten van een moslim tegenover God, voor Wie onze handelingen niet verborgen kunnen zijn. De Hadies over boosheid Er bestaan verschillende uitspraken van de Heilige Profeet Mohammed die opgetekend staan in alle toonaangevende boeken van de Hadies, die mensen met klem waarschuwen niet uit boosheid te handelen. Bijvoorbeeld: 1. “Een man zei tegen de Profeet, ‘geef mij raad.’ De Profeet zei, ‘word niet boos en woedend.’ De man vroeg (hetzelfde) nogmaals en nogmaals en de Profeet zei telkens, ‘word niet boos en woedend’.” – Boechari, boek: ‘Goede manieren’ (Adaab). 2. “Een rechter mag niet oordelen tussen twee personen wanneer hij in een boze stemming is.” – Boechari, boek: ‘Oordelen’ (Ahkaam). 3. “Een sterk persoon is niet hij die goed kan worstelen, maar een sterk persoon is hij die zichzelf kan beheersen wanneer hij tot woede is gebracht.” – Sahih Muslim, Kitaab al-Birr. 4. “Boosheid is van Satan afkomstig, en Satan is uit vuur geschapen. Alleen water kan vuur doven, dus wanneer iemand van u boos is, dan moet hij de rituele wassing verrichten.” – Mishkat, boek: ‘Goede manieren’ (Adaab). 5. “Hij die zijn boosheid inhoudt, Allah zal Zijn straf van hem weghouden op de Dag des Oordeels.” – Mishkat, boek: ‘Goede manieren’ (Adaab). Een van zijn uitspraken die specifiek op oorlog betrekking heeft, is als volgt: “Een man kwam bij de Profeet en vroeg: ‘O Boodschapper van Allah, welke manier van strijden is op de weg van Allah? Want sommigen van ons strijden omdat ze tot woede zijn gebracht en boos zijn, en anderen vanwege hun trots en hooghartigheid.’ De Profeet zei: ‘Hij die strijdt zodat het woord van Allah de overhand krijgt, strijdt op de weg van Allah.’ “ – Boechari, boek: ‘Kennis’ (‘Ilm). Strijden uit boosheid is dus niet strijden op de weg van Allah. Merk op dat de enige manier van strijd die in de islam is toegestaan het strijden uit zelfverdediging is. Strijden “zodat het woord van Allah de overhand krijgt” betekent daarom strijden om een vijand te verdrijven die het agressieve doel heeft om de islam en de moslims uit te roeien, en strijden om de zaak van de islam over hun doelstellingen de overhand te laten krijgen. Uit: The Light,
Londen, september 2006 Sa’adi heeft in zijn Bustami geschreven dat eens een eerbiedwaardige oudere heer door een hond was gebeten. Toen hij thuiskwam, zag zijn familie dat een hond hem had gebeten. Onder hen was er een schattig klein meisje, dat aan hem vroeg: "Waarom heeft u die hond niet teruggebeten?" Hij antwoordde: "Het is niet gepast voor een mens om zich als een hond te gedragen." Wanneer evenzo een slecht persoon een gelovige mocht beledigen, dan dient de laatste zich af te wenden, anders zal hij voldoen aan het voorbeeld van de hond. Degenen die het dichtst tot Allah stonden, werden hevig vervloekt, uitgescholden en vervolgd, maar ze namen het gebod van de Heilige Koran: "Keer je af van de onwetenden" (7:199), iedere keer weer in acht. Er werden vele kwade soorten van mishandeling gepleegd tegen de persoon van de volmaakte mens, de Profeet Mohammed (vzmh), om niet te spreken van vervloekingen, grofheden en brutaliteiten. Maar wat deed deze meest deugdzame van alle persoonlijkheden op zijn beurt? Hij verrichte smeekbeden voor hen. En aangezien Allah hem een belofte had gegeven, dat wanneer hij de onwetenden uit de weg zou gaan, Hij zijn leven en eer zou beschermen en kwaadwillenden niet in staat zouden zijn hem aan te vallen, gebeurde dat ook; de tegenstanders van de Profeet konden zijn eer niet in het minst besmeuren. Integendeel, zij ondergingen zelf schande en vernederingen. De mens dient te strijden om zichzelf te hervormen en dit is geen eenmalige kwestie, maar een dagelijkse taak. Indien een onwetend persoon of een schoft u mocht uitschelden of kwaad mocht doen, dan zal uw eer behouden blijven in dezelfde mate dat u zich van hem afkeert. Wanneer u aan de andere kant met hem in een nijdige confrontatie in aanvaring komt, dan zult u schande over zichzelf hebben afgeroepen. Uit:
Malfuzat, vol. 1, p. 102-103)
Paus
Benedictus XVI heeft in een lezing voor een academisch gezelschap te Regensburg
in Duitsland enkele opmerkingen, die in de 14e eeuw door een Byzantijnse
Keizer tegen een Perzische moslim waren gemaakt over de profeet Mohammed
(vzmh), geciteerd die voor veel onrust hebben gezorgd. Hoewel de paus
inmiddels enkele keren zijn spijt heeft betuigd en excuses heeft gemaakt,
waarbij hij zelfs de ambassadeurs van moslimlanden en de Italiaanse Islam
Raad had uitgenodigd aan wie hij zijn waardering voor de Islam kenbaar
maakte en het belang van een interreligieuze dialoog benadrukte, willen
wij middels dit artikel toch enige misvattingen die er bestaan over de
leringen van de Islam die de paus in zijn lezing heeft geciteerd, weghalen. De paus heeft over zaken gesproken waar hij duidelijk geen kennis over had, want moslims weten dat het vers “Er bestaat geen dwang in de religie” (2:256) werd geopenbaard in een latere periode in Medina. Dit vers geeft afdoend antwoord op alle onwaarheid die geuit wordt over de Profeet, als zou hij de toen nog heidense Arabieren verplicht hebben de Islam te accepteren of anders met zijn zwaard te maken te krijgen. Aan de moslims, die overtuigd waren van succes, werd gezegd dat, wanneer zij de macht in handen zouden hebben, wat betreft het geloof hun leidraad zou moeten zijn dat “er geen dwang mag zijn”. De veronderstelling dat dit vers zou zijn gegeven aan vroegere bekeerlingen en dat het later opgeheven werd, is dus absoluut ongegrond. En de vele mensen die, aangetrokken door de schoonheid van de Islam, zich dagelijks tot de Islam bekeren, doen dat tot heden toe toch niet omdat iemand hen met een zwaard bedreigt? Deze
uitspraken van de paus, de hoogste kerkelijke autoriteit van ongeveer
1 miljard Christenen, zijn des te ongelukkiger overgekomen omdat de gevolgen
van de zgn “cartoon-crisis” nog vers in ons geheugen liggen. En moslims
worden vooral na 11 sept. 2001 van alle kanten aangevallen wat zorgt voor
polarisatie en een alarmerende verhoging van “Islamophobia”. Hoewel
de Islam voorschrijft dat men beledigingen met geduld en verstand tegemoet
moet treden en het grootste deel van de moslims dat ook doet, is het niet
te voorkomen dat enkelen hun frustraties op een andere manier uiten. De
Profeet Mohammed werd – en wordt nog steeds – in veel ergere mate beledigd
dan in deze kwestie. Doch zijn reactie gedurende zijn leven was om zulke
dingen te negeren en doorgaan met een ieder te behandelen met genade,
vergeving en respect. Zoals hij als geen ander wist, ging het uiteindelijk
om het winnen van harten, en niet om het steeds weer proberen om verkeerde
informatie te weerspreken. Bron: Artikel van drs K. Ghafoerkhan, arts
Vergeven en vergeten zijn uitingen van het tonen van liefde. Velen zijn slaven van het verleden. Situaties gaan voorbij, ze houden op te bestaan, maar ze blijven voortbestaan in de gedachten van de mensen. Open uw hart en wees gul; bevrijd uzelf van dit leed, vergeef en vergeet, en u zult op ieder moment van uw leven vrede ervaren. Uit het boek: The
Gift of Peace – Thoughts for a Peaceful World.
Seminar: Islam for Personal Development Op zondag 20 augustus 2006 organiseerde Imdadia Isha’at Islam, afdeling van de Surinaamse Islamitische Vereniging, in de Lalla Rookh zaal een seminar met als thema: “Islam for Personal Development”. Het doel was om de aanwezigen de tools aan te geven, die de Islam biedt voor de individuele ontwikkeling van de mens; ook werd bekeken welke rol de media in dit geheel vervult. Inleider
drs. Sharda Ahmadali-Doekhie legde uit hoe een persoon werkelijk blijvend
succes kan behalen door zich Gods eigenschappen eigen te maken. Ze plaatste
de vijf zuilen van de Islam (geloofsbelijdenis, gebed, liefdadigheid,
vasten en bedevaart) in dit kader en legde uit dat niet de uiterlijke
vorm van deze handelingen het belangrijkst is, maar de innerlijke waarde
ervan. Zo leren bijv. de verschillende houdingen van het gebed de mens
om oprecht te zijn (de staande houding), flexibel te zijn (de buigende
houding) en nederig te zijn (de knielende houding). De armenbelasting
promoot een karakter van ondersteuning naar de omgeving toe, en leert
de gelovige leven vanuit een visie van overvloed in plaats van schaarste.
Door het vasten wordt men zich bewust van Allah’s aanwezigheid; men leert
de kracht van de intentie kennen, bovendien worden wilskracht, vertrouwen
en dankbaarheid ontwikkeld. De bedevaart is het symbool van onderlinge
verbondenheid van het menselijk ras, en toont ons dat ons leven draait
om één doel, namelijk Allah als Centrum, Leider en Ondersteuner
van ons leven. Inleider
drs. Nico Waagmeester legde uit dat door internetverslaving (email, chatten)
vele lange-afstandscontacten ontstaan, terwijl sociale contacten met de
nauwe kring (thuis, familie, enz.) verwateren. Hetzelfde is het geval
met TV-verslaving; TV stralen werken op zich al verslavend, ongeacht de
inhoud van de programma’s. Ook hierdoor ontstaat in bepaalde mate verstoring
van het gezins- en gemeenschapsleven. Men moet daarom bewust werken aan
een gezond gezinsleven, een sterke gemeenschap en een gezonde levensstijl. Na de inleidingen werd de problematiek in een aantal werkgroepen besproken. De resultaten hiervan zullen door het Imdadia bestuur worden gebruikt om het beleid voor de komende periode hierop af te stemmen. Dit
seminar was het derde van Imdadia. Op 18 juli 2004 werd een seminar gehouden
met als thema “Islam in a Changing World”. Dit geschiedde in het kader
van het 70-jarig bestaan van deze organisatie op 16 augustus 2004. Het
doel van het seminar was om na te gaan welke oplossing de Islam in de
huidige veranderende wereld heeft voor de vele vraagstukken waarmee de
mensheid in het algemeen, en de moslims in het bijzonder, worden geconfronteerd,
dan wel bedreigd. De inleiders waren drs. Nasiem Joemmanbaks, Imdadia
voorzitter Saddiek Rostamkhan, mw. Mary Ghafoerkhan-Karamat Ali en gastspreker
Haroen Badloe uit Nederland. Van de seminars van 2004 en 2005 zijn er DVD’s verkrijgbaar, te bestellen bij het bestuur van Imdadia, tel. 878-2299, of bij het technisch team, tel. 85-95-800. Het technisch team dat de voorbereidingen van voormelde seminars verzorgde, bestond uit Riaz Ahmadali, Irshaad Djoemai, Farley Bechoe en Reza Ghafoerkhan.
COLOFON Redactie:
Abonnementen / reacties / inzendingen:
Internet: Overname uit De Dageraad is toegestaan, mits de bron wordt vermeld. De Dageraad is een uitgave van het Instituut voor Islamitische Studies en Publicaties (I.V.I.S.E.P.). De Dageraad is een voortzetting van:
|