Instituut voor Islamitische
Studies en Publicaties

 
 

Deze site tot uw startpagina maken? Klik hier!

De Dageraad
Editie juli-augustus-september 2006


Download printversie: RIGHT-CLICK hier --> save target as

In deze editie:

Op onze website:


BOOSHEID
Hoe gaan we daarmee om?

Recentelijk is het onderwerp van “moslimboosheid” en de onrechtvaardigheden die medemoslims elders op de wereld ondergaan zeer op de voorgrond in het nieuws en in discussies getreden. Men zegt dat deze boosheid extremistische groepen aanmoedigt om hun woede en frustratie te koelen door buitensporig geweld, zonder achting voor het nemen van levens van onschuldige mensen. Als het inderdaad boosheid is die deze daden aanwakkert, dan is het voor een moslim een zeer belangrijke zaak om uit te zoeken wat de leer is van de Heilige Koran en de Heilige Profeet Mohammed (vzmh) hoe men zich moet gedragen wanneer men boos is. In de Heilige Koran wordt aan de gelovigen gezegd:

“En haast jullie naar vergeving van jullie Heer en een Tuin, zo groot als de hemelen en de aarde; het is bereid voor degenen die aan hun plicht voldoen: Degenen die uitgeven in voorspoed en in tegenspoed en degenen die (hun) boosheid bedwingen en mensen vergeven. En Allah heeft degenen die goeddoen (aan anderen) lief.” (3:133-134)

De woorden die vertaald zijn als “degenen die (hun) boosheid bedwingen en mensen vergeven” (al-kazimina-l-ghaiz wa-l-‘afina ‘ani-n-nas) betekenen letterlijk: “onderdrukkers van boosheid en vergevers van mensen”, en het woord dat hier voor “mensen” is gebruikt, betekent de mensheid in het algemeen. Zo is het dus hoe moslims naar buiten moeten treden op de wereld, als onderdrukkers van hun boosheid en vergevers van de mensheid. Omdat het begin van deze passage de moslims zegt om zich te haasten om vergiffenis van God te zoeken, duiden deze woorden erop dat we, om die vergiffenis te winnen, onze woede tegen anderen moeten onderdrukken, hen vergeven en in feite goed doen tegenover hen. Hebben we geen dingen gedaan die God boos maakt, en willen we dan dat Hij Zijn boosheid aan ons toont? Zoniet, dan moeten we op gelijke wijze onze boosheid bedwingen tegenover degenen die ons verkeerd hebben behandeld.

Deze passage leert ons drie graden van reactie tegenover degenen die ons verkeerd hebben behandeld, en we dienen op te klimmen naar het niveau dat het meest effectief is onder de omstandigheden. De laagste graad die van ons wordt verlangd, is dat we onze boosheid bedwingen, en dit is het minste wat we kunnen doen. Elke reactie die op boosheid is gebaseerd, zal onvermijdelijk buitensporig en onrechtvaardig zijn, en kan zelfs de benadeelde partij schade berokkenen. Daarom moet onze reactie begrensd zijn tot in de juiste verhoudingen en rationeel. Verder nog dan het onderdrukken van boosheid, kunnen we degenen die ons verkeerd behandelen vergeven in plaats van hen te willen straffen, indien dat ervoor zorgt dat ze hun onrechtvaardig-heden inzien en hun handelwijzen veranderen. Tenslotte kunnen we zelfs nog verder gaan en kwaad met goed vergelden, en ook hier als ze daardoor hun wangedrag opgeven.

Volgens deze passage, loopt de weg naar de hemel alleen via het onderdrukken van uw boosheid en het vergeven van andere mensen.

Op een andere plaats zegt de Koran, terwijl die de goede eigenschappen beschrijft waarnaar de gelovigen dienen te streven:

“En, altijd wanneer zij boos zijn, vergeven zij. … En degenen die zichzelf verdedigen, wanneer zij worden gekweld door een groot onrecht. En de vergelding voor kwaad is een straf daaraan gelijk; maar wie vergeeft en zich betert, zijn beloning ligt bij Allah. … En wie geduld toont en vergeeft — dat is waarlijk een zaak van grote vastberadenheid.” (42:37-43)

Ook dit vers leert dat er absoluut geen represaille bestaat die gevoed wordt door boosheid, zelfs als er sprake is van “een groot onrecht”. Het minimale wat met kan doen is “het gelijke”, ofwel reageren in verhouding tot het kwaad, maar vergiffenis wordt hier drie maal aanbevolen, ook als een middel tegen boosheid. Het woord dat hier vertaald is als “betert” in de zinsnede “wie vergeeft en zich betert” wordt in verschillende koranvertalingen vertaald als “verzoening teweegbrengt”, “zaken rechtzet”, “vrede sticht” of “zich heeft verzoend”.

Rechtvaardigheid boven haat

De Koran draagt de moslims op:

“En laat niet de haat voor een volk — omdat zij jullie verhinderden de Heilige Moskee te bezoeken — jullie aansporen tot overtredingen.” (5:2)

“O jullie die geloven, wees oprecht voor Allah, getuig op rechtvaardige wijze; en laat de haat voor een volk jullie niet aansporen onbillijk te handelen. Wees rechtvaardig; dat staat nader tot de vervulling van jullie plicht. En voldoe jullie plicht aan Allah. Waarlijk is Allah Zich Bewust van wat jullie doen.” (5:8)

Er kunnen begrijpelijke redenen zijn waarom iemand haat en boosheid tegenover een ander volk koestert, maar deze verzen leren de moslims in duidelijke taal dat zulke gevoelens hen niet moeten ophitsen tegen deze anderen tot buitensporige daden en morele en wettige overtredingen. Ze moeten zich niet alleen weerhouden van onbillijke handelingen uit haat tegen een ander volk, maar nog meer dan dat, ze moeten zich strikt eraan houden hen met gelijkheid en rechtvaardigheid te behandelen. Dit wordt hier benadrukt als een deel van de basisplichten van een moslim tegenover God, voor Wie onze handelingen niet verborgen kunnen zijn.

De Hadies over boosheid

Er bestaan verschillende uitspraken van de Heilige Profeet Mohammed die opgetekend staan in alle toonaangevende boeken van de Hadies, die mensen met klem waarschuwen niet uit boosheid te handelen. Bijvoorbeeld:

1. “Een man zei tegen de Profeet, ‘geef mij raad.’ De Profeet zei, ‘word niet boos en woedend.’ De man vroeg (hetzelfde) nogmaals en nogmaals en de Profeet zei telkens, ‘word niet boos en woedend’.” – Boechari, boek: ‘Goede manieren’ (Adaab).

2. “Een rechter mag niet oordelen tussen twee personen wanneer hij in een boze stemming is.” – Boechari, boek: ‘Oordelen’ (Ahkaam).

3. “Een sterk persoon is niet hij die goed kan worstelen, maar een sterk persoon is hij die zichzelf kan beheersen wanneer hij tot woede is gebracht.” – Sahih Muslim, Kitaab al-Birr.

4. “Boosheid is van Satan afkomstig, en Satan is uit vuur geschapen. Alleen water kan vuur doven, dus wanneer iemand van u boos is, dan moet hij de rituele wassing verrichten.” – Mishkat, boek: ‘Goede manieren’ (Adaab).

5. “Hij die zijn boosheid inhoudt, Allah zal Zijn straf van hem weghouden op de Dag des Oordeels.” – Mishkat, boek: ‘Goede manieren’ (Adaab).

Een van zijn uitspraken die specifiek op oorlog betrekking heeft, is als volgt:

“Een man kwam bij de Profeet en vroeg: ‘O Boodschapper van Allah, welke manier van strijden is op de weg van Allah? Want sommigen van ons strijden omdat ze tot woede zijn gebracht en boos zijn, en anderen vanwege hun trots en hooghartigheid.’ De Profeet zei: ‘Hij die strijdt zodat het woord van Allah de overhand krijgt, strijdt op de weg van Allah.’ “ – Boechari, boek: ‘Kennis’ (‘Ilm).

Strijden uit boosheid is dus niet strijden op de weg van Allah. Merk op dat de enige manier van strijd die in de islam is toegestaan het strijden uit zelfverdediging is. Strijden “zodat het woord van Allah de overhand krijgt” betekent daarom strijden om een vijand te verdrijven die het agressieve doel heeft om de islam en de moslims uit te roeien, en strijden om de zaak van de islam over hun doelstellingen de overhand te laten krijgen.

Uit: The Light, Londen, september 2006
Auteur: Dr. Zahid Aziz
Vertaald door Reza Ghafoerkhan


Hoe ons te gedragen bij beledigingen

Sa’adi heeft in zijn Bustami geschreven dat eens een eerbiedwaardige oudere heer door een hond was gebeten. Toen hij thuiskwam, zag zijn familie dat een hond hem had gebeten. Onder hen was er een schattig klein meisje, dat aan hem vroeg: "Waarom heeft u die hond niet teruggebeten?" Hij antwoordde: "Het is niet gepast voor een mens om zich als een hond te gedragen."

Wanneer evenzo een slecht persoon een gelovige mocht beledigen, dan dient de laatste zich af te wenden, anders zal hij voldoen aan het voorbeeld van de hond. Degenen die het dichtst tot Allah stonden, werden hevig vervloekt, uitgescholden en vervolgd, maar ze namen het gebod van de Heilige Koran: "Keer je af van de onwetenden" (7:199), iedere keer weer in acht.

Er werden vele kwade soorten van mishandeling gepleegd tegen de persoon van de volmaakte mens, de Profeet Mohammed (vzmh), om niet te spreken van vervloekingen, grofheden en brutaliteiten. Maar wat deed deze meest deugdzame van alle persoonlijkheden op zijn beurt? Hij verrichte smeekbeden voor hen. En aangezien Allah hem een belofte had gegeven, dat wanneer hij de onwetenden uit de weg zou gaan, Hij zijn leven en eer zou beschermen en kwaadwillenden niet in staat zouden zijn hem aan te vallen, gebeurde dat ook; de tegenstanders van de Profeet konden zijn eer niet in het minst besmeuren. Integendeel, zij ondergingen zelf schande en vernederingen.

De mens dient te strijden om zichzelf te hervormen en dit is geen eenmalige kwestie, maar een dagelijkse taak. Indien een onwetend persoon of een schoft u mocht uitschelden of kwaad mocht doen, dan zal uw eer behouden blijven in dezelfde mate dat u zich van hem afkeert. Wanneer u aan de andere kant met hem in een nijdige confrontatie in aanvaring komt, dan zult u schande over zichzelf hebben afgeroepen.

Uit: Malfuzat, vol. 1, p. 102-103)
Hazrat Mirza Ghulam Ahmad


De Paus en de Islam

Paus Benedictus XVI heeft in een lezing voor een academisch gezelschap te Regensburg in Duitsland enkele opmerkingen, die in de 14e eeuw door een Byzantijnse Keizer tegen een Perzische moslim waren gemaakt over de profeet Mohammed (vzmh), geciteerd die voor veel onrust hebben gezorgd. Hoewel de paus inmiddels enkele keren zijn spijt heeft betuigd en excuses heeft gemaakt, waarbij hij zelfs de ambassadeurs van moslimlanden en de Italiaanse Islam Raad had uitgenodigd aan wie hij zijn waardering voor de Islam kenbaar maakte en het belang van een interreligieuze dialoog benadrukte, willen wij middels dit artikel toch enige misvattingen die er bestaan over de leringen van de Islam die de paus in zijn lezing heeft geciteerd, weghalen.
Hij zei o.a: “Bewijs mij slechts wat Mohammed bracht dat nieuw was, en dan zul je alleen slechte en onmenselijke dingen vinden, zoals zijn bevel om het geloof dat hij predikte door het zwaard te verspreiden.”
De paus zei ook nog dat die keizer het vers 2:256 van Surah Baqara wel kende: “Laat er geen dwang in de religie zijn”, maar dat volgens “de experts” (die hij niet noemde) dit vers was geopenbaard in een vroege periode toen de Profeet geen macht had en bedreigd werd. De paus zei verder, dat later toen de Profeet de heerser van Mekka was geworden, er iets anders daarvoor in de plaats kwam, nl. instructies die in de H. Koran staan over Jihad en de paus vertaalde dat, in zijn onwetendheid, als “heilige oorlog!”
De paus had de opmerkingen van die Keizer wel aangehaald maar stond er zelf misschien niet achter doch hij had zich er ook niet van gedistancieerd. Bij de eerstvolgende gelegenheid, de zondag na de lezing, zei de paus dat hij “niet goed verstaan” was!

De paus heeft over zaken gesproken waar hij duidelijk geen kennis over had, want moslims weten dat het vers “Er bestaat geen dwang in de religie” (2:256) werd geopenbaard in een latere periode in Medina. Dit vers geeft afdoend antwoord op alle onwaarheid die geuit wordt over de Profeet, als zou hij de toen nog heidense Arabieren verplicht hebben de Islam te accepteren of anders met zijn zwaard te maken te krijgen. Aan de moslims, die overtuigd waren van succes, werd gezegd dat, wanneer zij de macht in handen zouden hebben, wat betreft het geloof hun leidraad zou moeten zijn dat “er geen dwang mag zijn”. De veronderstelling dat dit vers zou zijn gegeven aan vroegere bekeerlingen en dat het later opgeheven werd, is dus absoluut ongegrond. En de vele mensen die, aangetrokken door de schoonheid van de Islam, zich dagelijks tot de Islam bekeren, doen dat tot heden toe toch niet omdat iemand hen met een zwaard bedreigt?

Deze uitspraken van de paus, de hoogste kerkelijke autoriteit van ongeveer 1 miljard Christenen, zijn des te ongelukkiger overgekomen omdat de gevolgen van de zgn “cartoon-crisis” nog vers in ons geheugen liggen. En moslims worden vooral na 11 sept. 2001 van alle kanten aangevallen wat zorgt voor polarisatie en een alarmerende verhoging van “Islamophobia”.
Hoewel het Vaticaan heeft bekendgemaakt dat de paus niet de bedoeling had om te beledigen is het, gezien de positie die hij in de wereld heeft, toch bij moslims zo overgekomen.
De paus heeft duidelijk gesteld dat het hoofddoel van die lezing was om te discussieren over “Geloof en Rede”. Dat deed hij omdat hij zich grote zorgen maakt over de steeds verder gaande uitwassen van het wereldse. De successen van het wereldse alsook de pogingen om religie los te maken van rede en verstand baren de paus zorgen. Hij sprak ook over de onverenigbaarheid van geweld en de natuur van God.

Hoewel de Islam voorschrijft dat men beledigingen met geduld en verstand tegemoet moet treden en het grootste deel van de moslims dat ook doet, is het niet te voorkomen dat enkelen hun frustraties op een andere manier uiten.
De op elkaar volgende aanvallen van o.a ook leiders van machtige landen veroorzaken onnodig meer onrust en onvrede in plaats van de zo nodige eenheid en rust. Het is begrijpelijk, dat moslims over de hele wereld emotioneel reageren, wanneer het om hun geloof en Profeet gaat vanwege de liefde die zij in hun hart hebben voor beiden.
De H. Koran geeft dan ook aan een ieder volledige godsdienstvrijheid om zijn of haar geloof aan te nemen en te beleven, bovendien wordt moslims geleerd om respect te hebben voor de Profeten en Geschriften van andere religiën. Een moslim is zelfs verplicht om voor vrijheid van godsdienst te strijden, ook voor andere religiën! De Profeet zei eens: “Degene die een Jood of Christen kwaaddoet, zal mij als beschuldiger tegenover zich krijgen op de Dag des Oordeels.

De Profeet Mohammed werd – en wordt nog steeds – in veel ergere mate beledigd dan in deze kwestie. Doch zijn reactie gedurende zijn leven was om zulke dingen te negeren en doorgaan met een ieder te behandelen met genade, vergeving en respect. Zoals hij als geen ander wist, ging het uiteindelijk om het winnen van harten, en niet om het steeds weer proberen om verkeerde informatie te weerspreken.
Wij moeten ons allen inzetten voor een betere onderlinge verstandhouding, respect voor alle religiën en goed uitkijken hoe we over andere godsdiensten praten, vooral in de context van de hedendaagse explosieve situatie wereldwijd.

Bron: Artikel van drs K. Ghafoerkhan, arts


Vergeef en vergeet!

Vergeven en vergeten zijn uitingen van het tonen van liefde. Velen zijn slaven van het verleden. Situaties gaan voorbij, ze houden op te bestaan, maar ze blijven voortbestaan in de gedachten van de mensen. Open uw hart en wees gul; bevrijd uzelf van dit leed, vergeef en vergeet, en u zult op ieder moment van uw leven vrede ervaren.

Uit het boek: The Gift of Peace – Thoughts for a Peaceful World.


Seminar: Islam for Personal Development

Op zondag 20 augustus 2006 organiseerde Imdadia Isha’at Islam, afdeling van de Surinaamse Islamitische Vereniging, in de Lalla Rookh zaal een seminar met als thema: “Islam for Personal Development”. Het doel was om de aanwezigen de tools aan te geven, die de Islam biedt voor de individuele ontwikkeling van de mens; ook werd bekeken welke rol de media in dit geheel vervult.

Inleider drs. Sharda Ahmadali-Doekhie legde uit hoe een persoon werkelijk blijvend succes kan behalen door zich Gods eigenschappen eigen te maken. Ze plaatste de vijf zuilen van de Islam (geloofsbelijdenis, gebed, liefdadigheid, vasten en bedevaart) in dit kader en legde uit dat niet de uiterlijke vorm van deze handelingen het belangrijkst is, maar de innerlijke waarde ervan. Zo leren bijv. de verschillende houdingen van het gebed de mens om oprecht te zijn (de staande houding), flexibel te zijn (de buigende houding) en nederig te zijn (de knielende houding). De armenbelasting promoot een karakter van ondersteuning naar de omgeving toe, en leert de gelovige leven vanuit een visie van overvloed in plaats van schaarste. Door het vasten wordt men zich bewust van Allah’s aanwezigheid; men leert de kracht van de intentie kennen, bovendien worden wilskracht, vertrouwen en dankbaarheid ontwikkeld. De bedevaart is het symbool van onderlinge verbondenheid van het menselijk ras, en toont ons dat ons leven draait om één doel, namelijk Allah als Centrum, Leider en Ondersteuner van ons leven.
Verder werden diverse tips gegeven hoe de mensen hun levensdoel(en) kunnen herkennen en zich daarop kunnen richten.

Inleider drs. Nico Waagmeester legde uit dat door internetverslaving (email, chatten) vele lange-afstandscontacten ontstaan, terwijl sociale contacten met de nauwe kring (thuis, familie, enz.) verwateren. Hetzelfde is het geval met TV-verslaving; TV stralen werken op zich al verslavend, ongeacht de inhoud van de programma’s. Ook hierdoor ontstaat in bepaalde mate verstoring van het gezins- en gemeenschapsleven. Men moet daarom bewust werken aan een gezond gezinsleven, een sterke gemeenschap en een gezonde levensstijl.
Verder gaf dhr. Waagmeester aan hoe vele mensen hun leven uit handen geven aan de media, met alle gevolgen van dien. Door een overschot aan informatie heeft de mens nauwelijks meer een eigen mening. Men moet bewust kiezen welke informatie men tot zich wenst te nemen, en welke waarde men daaraan wil geven. plaats van ons door de media te laten leiden, moeten wij de media voor ons laten spreken, was zijn slotadvies.

Na de inleidingen werd de problematiek in een aantal werkgroepen besproken. De resultaten hiervan zullen door het Imdadia bestuur worden gebruikt om het beleid voor de komende periode hierop af te stemmen.

Dit seminar was het derde van Imdadia. Op 18 juli 2004 werd een seminar gehouden met als thema “Islam in a Changing World”. Dit geschiedde in het kader van het 70-jarig bestaan van deze organisatie op 16 augustus 2004. Het doel van het seminar was om na te gaan welke oplossing de Islam in de huidige veranderende wereld heeft voor de vele vraagstukken waarmee de mensheid in het algemeen, en de moslims in het bijzonder, worden geconfronteerd, dan wel bedreigd. De inleiders waren drs. Nasiem Joemmanbaks, Imdadia voorzitter Saddiek Rostamkhan, mw. Mary Ghafoerkhan-Karamat Ali en gastspreker Haroen Badloe uit Nederland.
Voortbouwende op dit seminar, werd op 14 augustus 2005 een seminar gehouden met als thema: “Presenting Islam in this Age”. In het eerste seminar stond de persoon centraal; hoe het individu als moslim zich moet opstellen in een “changing world” en daarbinnen zijn religie moet belijden. In het tweede seminar ging Imdadia een stap verder; hier werd bekeken hoe de moslim zijn religie – binnen de veranderende wereld – op de meest adequate wijze zou kunnen uitdragen. De inleiders waren Reza Ghafoerkhan, Burhan Soeropawiro en Riaz Ahmadali.

Van de seminars van 2004 en 2005 zijn er DVD’s verkrijgbaar, te bestellen bij het bestuur van Imdadia, tel. 878-2299, of bij het technisch team, tel. 85-95-800. Het technisch team dat de voorbereidingen van voormelde seminars verzorgde, bestond uit Riaz Ahmadali, Irshaad Djoemai, Farley Bechoe en Reza Ghafoerkhan.


COLOFON

Redactie
:
  • Riaz Ahmadali
  • Reza Ghafoerkhan
  • drs. Sharda Ahmadali-Doekhie
  • Irshaad Djoemai

Abonnementen / reacties / inzendingen:

Internet:

Overname uit De Dageraad is toegestaan, mits de bron wordt vermeld.

De Dageraad is een uitgave van het Instituut voor Islamitische Studies en Publicaties (I.V.I.S.E.P.).

De Dageraad is een voortzetting van:

  • Hakikatoel Islam (1934-1960), redacteur: moulvi Shekh Ahmadali
  • Al Haq (1971-1980), redacteur: mr. Basharat Ahmadali en A.S. Hoeseni