|
Instituut
voor Islamitische
|
|
|||||||||||
|
|
De Dageraad, editie juli-december 2002 download print versie: RIGHT-CLICK --> save target as
Beste lezeressen en lezers, Vrede zij met u. Vóór u ligt een dubbele editie van De Dageraad. In deze vorm komt dit blad voor het laatst uit. De reden
is, dat er inmiddels een samenwerking is aangegaan met het islamitisch
kwartaalblad Iqra, dat in Nederland verschijnt, evenals met The Muslim
Times, dat in Guyana verschijnt. Deze tijdschriften zullen via het Om bovengenoemde redenen zal de Nederlandstalige editie van De Dageraad in het vervolg in een 4-pagina editie verschijnen en de Engelstalige editie (The Dawn) tweemaal per jaar. Tot slot wensen wij onze hindoebroeders een shubh diwali, onze moslimbroeders een gezegende Ramadân en Îd al-Fitr, en onze christenbroeders een zalig kerstfeest toe. En uiteraard aan een ieder een voorspoedig 2003 toegewenst. De definitie van tolerantie kan worden omschreven als het vermogen om de aard, het geloof en het gedrag van anderen te respecteren. Om te kunnen bepalen hoe tolerant een religie is ten opzichte van andere godsdiensten, zijn er drie belangrijke algemene beginselen. Die beginselen zijn de volgende:
Sub 1. Religieus karakter Het eerste dat in ogenschouw dient te worden genomen, is hoe de islam staat ten opzichte van het religieus karakter van moslims, vergeleken met die van niet-moslims. Als een religieus boek de eigen volgelingen beschouwt als godsdienstig superieur, alleen maar omdat zij dat geloof aanhangen of omdat zij behoren tot een bepaalde groep of natie of van een bepaald geografisch gebied afkomstig zijn, dan is dit de nekslag voor de gedachte achter tolerantie. In de islam hebben alle mensen, moslims en niet-moslims, dezelfde ziel en daarom ook dezelfde spirituele aard. Deze ziel is de geest van God, die in de mens wordt ingeblazen1. Dus iedereen, moslim of niet, heeft dezelfde goddelijke eigenschappen in zich en hetzelfde vermogen om deze goddelijke spirituele en morele kwaliteiten te ontwikkelen2. Dit beginsel over de gelijkheid van zielen is toe te schrijven aan die primaire kenmerken van God die genoemd worden in Soerah Fâtiha (het openingshoofdstuk van de Koran): Zijn Genade (Rahma) en Rechtvaardigheid (Adl). Rahma of Genade betekent zoveel liefde en tederheid te hebben voor iets, dat men er goed voor is. Dus God is de Rahman (Weldoener), d.w.z. Hij is goed voor Zijn schepselen door Zijn liefde voor hen, zonder dat het schepsel er iets voor gedaan heeft, en Hij is de Rahiem (Genadevolle), d.w.z. Hij doet heel veel goeds voor Zijn schepsel door dezelfde liefde, indien Zijn schepsel het verdient. Dit kenmerk, liefde en weldadigheid, is zo belangrijk, dat de Almachtige met dit kenmerk de mens aan Zich bindt3. Adl, ofwel Zijn perfecte Rechtvaardigheid, is een onderdeel van de Heer van de Dag des Oordeels (Mâlik-i-Yaumid-dien). In de islam kan het dus niet anders zijn dan dat door de genadigheid, liefde en rechtvaardigheid van God alle mensen gelijk geschapen zijn met allen dezelfde goddelijke kwaliteiten en met hetzelfde vermogen om die kwaliteiten te benutten. Daarom is het belangrijk dat moslims alle mensen liefhebben en respecteren; iedere ziel ontspringt namelijk aan de geest van God en bezit goddelijke kwaliteiten.
Het eerste beginsel van tolerantie,
dat iedereen, moslim of geen moslim, dezelfde spirituele aard bezit, wordt
dus bewezen in de islam. Als een moslim niet gelooft in de gelijkwaardigheid
van de religieuze aard van ieder mens, dan gaat hij of zij tegen de principes
van de islam en tegen de aard van God in. Sub 2. Relatie tussen God en de mens Wat ook nagegaan dient te worden, is of God een speciale band met een bepaalde groep mensen heeft, slechts omdat zij een bepaald geloof aanhangen of tot een bepaalde stam, natie of geografisch gebied behoren. Als dat zo is, dan is ook dit een zware klap voor de tolerantie, aangezien de geloofsovertuigingen van ieder ander als minderwaardig wordt beschouwd. In de Heilige Koran verwijst God altijd naar Zichzelf als de Rabb of Heer van alle mensen, nooit als de Heer van de moslims, Arabieren, of welke stam of natie dan ook4. Verder wordt de relatie tussen God en de mens duidelijk beschreven in de Koran, waarbij wordt aangegeven dat een goede eindbestemming niet slechts aan de moslims is voorbehouden, maar aan een ieder die gelooft en goede werken doet5. Deze bestemming kan de mens bereiken door het ontwikkelen van de goddelijke kwaliteiten in zijn ziel, de ware bron van verlossing. Niet alleen bevoorrecht God de moslims niet om hun godsdienst, maar in de Heilige Koran vertelt Hij zelfs over goede mensen van andere godsdiensten met een geopenbaard boek en beschouwt Hij hun gebedshuizen als plaatsen waar Gods naam veel genoemd wordt en die ook door Hem beschermd worden6. Inherent hieraan keurt de Heilige Koran het ten strengste af, als men zichzelf overdreven rein vindt; dit Boek zegt dat bescheidenheid een goede deugd is7, sterker nog, beweren dat men superieur is aan een ander door geboorte of afstamming is zelfs een duivelse eigenschap8. Arrogantie zoals dit is dus een genadeklap voor iemands spirituele ontwikkeling. God heeft de mens de vrijheid gegeven om te kiezen, want zonder vrije wil is er geen spirituele en geestelijke verbetering mogelijk9. Dwang in de godsdienst is dan ook ten strengste verboden in de islam en dat wordt het meest duidelijk gemaakt in vers 2:256, dat beschouwd dient te worden als de Magna Carta van religieuze tolerantie:
Het beginsel van religieuze tolerantie is in geen enkel ander heilig geschrift zo duidelijk vastgesteld. Daardoor voldoet de islam het best aan het tweede criterium van religieuze tolerantie, door te leren dat God een liefdevolle band heeft met iedereen, dat dwang in de godsdienst volstrekt verboden is en dat de relatie met God opgebouwd is uit gehoorzaamheid aan God en dienstbaarheid aan Zijn schepselen. Want dit is de manier waarop de mens zijn goddelijke kwaliteiten perfectioneert en dichter bij God komt. Sub 3. Opvatting aangaande heilige boeken en Profeten Ten derde moet onderzocht worden wat de Koran zegt over de heilige geschriften van andere religies en hun stichters. Beweert de godsdienst dat alleen haar geopenbaard boek, boodschapper, stichter en profeet de ware zijn en dat de waarheid alleen aan hem is geopenbaard? Als dat het geval is dan betekent dat, dat alle andere boodschappen en boodschappers vals zijn, en dus zullen zij minder waarschijnlijk getolereerd worden. De Koran vermeldt, dat alle profeten en geschriften van God afkomstig zijn; dat God de mens in Zijn Oneindige Liefde en Genadigheid (Rahma) niet in het donker heeft laten staan na Zijn schepping. Sinds de schepping van de mens heeft Hij via Zijn openbaringen leiding gestuurd aan Zijn boodschappers voor de religieuze ontwikkeling van de mens10; vandaar dat de moslims in alle voorgaande openbaringen dienen te geloven11. Ook vermeldt de Koran, dat er meer boodschappers zijn dan de profeten die in de Koran genoemd worden12. Er is een overlevering van de Heilige profeet Mohammed (vrede zij met hem), waarin gezegd wordt dat er tussen de schepping van Adam en hemzelf 124.000 profeten gezonden waren naar de mensheid. De Heilige Koran beschouwt zichzelf dus als dezelfde boodschap die God door de eeuwen heen naar de mens heeft gestuurd via Zijn boodschappers. De boodschap is, dat men God moet dienen, Hem moet gehoorzamen en goed moet zijn voor Zijn schepselen. Het enige verschil is, dat de Koran stelt dat zij het beste van de voorgaande geschriften bevat, de waarheid ervan bevestigt en hen beschermt13. Dit Boek is bedoeld voor altijd, onder alle omstandigheden en zal nooit verloren gaan of gecorrumpeerd worden; deze boodschap zal door God Zelf beschermd worden14. Zo ook geldt voor de Profeet Mohammed dat hij de laatste van alle profeten was en dat hij voor de gehele mensheid gezonden was; niet slechts voor één stam, natie of volk. Ware moslims respecteren de stichters van andere godsdiensten dus als ware profeten van God en zij beschouwen de heilige geschriften van deze profeten als openbaringen van de Almachtige. Zij worden in het bijzonder verboden de godsdienst van anderen te beschimpen en worden aangemaand om beleefd te zijn in hun pogingen tot verspreiding van het geloof; zelfs afgodsbeelden mogen niet worden beledigd15. Sub 4. Het voorbeeld van de Heilige Profeet en zijn volgelingen Het laatste en misschien wel belangrijkste beginsel is, of de stichter van de godsdienst en zijn eerste volgelingen tolerant waren. Anders gezegd: kunnen de grondgedachten achter de tolerantie, die deze godsdienst predikt, in praktijk gebracht worden, en kunnen zij dus bijdragen aan de goedheid van de mens? De Profeet Mohammed gaf een praktisch voorbeeld van tolerantie toen hij een christelijke delegatie uit Nadjraan onderdak gaf in zijn moskee en hun toestemming gaf om daar te bidden op hun eigen manier. Ook is er tijdens het leven van de profeet Mohammed nooit sprake geweest van gedwongen bekering. Dat is opmerkelijk, aangezien de laatste dertien jaren een periode van oorlog was, waarin geregeld uitspattingen voorkwamen. Deze tolerante geest was opnieuw merkbaar tijdens de geweldloze overwinning op Mekka door de Heilige Profeet; zelfs toen werd niemand gedwongen bekeerd. Mensen die zijn dierbaarste familieleden en vrienden hadden vermoord, vaak op de meest wrede manieren, stonden nu hulpeloos tegenover hem. Elk normaal persoon zou zijn gezwicht voor het verlangen naar wraak. Maar de Heilige Profeet en zijn volgelingen, die zijn voorbeeld volgden, vergaven hun. Nergens in de geschiedenis komt men zo een geval van vergiffenis en tolerantie op zo een grote schaal tegen. Ook zegt de Heilige Koran dat de liefde van de Heilige Profeet voor de mensheid en zijn zorg over hun gevallen staat zo groot was, dat hij bijna doodging uit verdriet om hen16. Na het overlijden van de Profeet Mohammed behielden zijn volgelingen dezelfde tolerante geest. Bekend is de vriendschappelijke ontmoeting van hazrat Umar met de bisschop van Jeruzalem na de overgave van deze stad aan de moslims. Tijdens deze ontmoeting bood de bisschop de kerk aan hazrat Umar aan om te bidden, maar deze weigerde. Hij zei dat hij bang was, dat als hij in de kerk zou bidden, in de toekomst moslims de kerk zouden willen veranderen in een moskee. Wederom zal men in de geschiedenis tevergeefs zoeken naar nog zo’n voorbeeld van zo’n zorg en tolerantie. Deze gebeurtenis is nog opmerkelijker, aangezien het plaatsvond in een tijd waarin moslims en christenen hevig streden tegen elkaar! Op het gebied van intermenselijke contacten kan vermeld worden, dat de islam moslimmannen toestaat te trouwen met vrouwen uit volkeren die in een eerder geopenbaard Heilig Boek geloven; ook is het moslims toegestaan het voedsel van zulke volkeren te nuttigen17. Dit reeds zou ieder rechtvaardig mens moeten overtuigen van de uitgestrektheid van het begrip tolerantie in de islam. De grenzen van tolerantie In het algemeen kan gesteld worden, dat het moslims is toegestaan met andersdenkenden om te gaan. De enige uitzondering is, wanneer tegen de moslims oorlog wordt gevoerd vanwege hun godsdienst; in dit geval is het hun toegestaan zich te verdedigen en vriendschap met de agressoren is dan niet toegestaan18. Indien echter de tegenstanders tot vrede neigen, dienen ook de moslims tot vrede te neigen19. Concluderend kunnen we stellen dat de beginselen waarop tolerantie gebaseerd is, namelijk dat iedere ziel gelijkwaardig is, dat er geen speciale band is tussen moslims en God, slechts omwille van het moslim zijn, en dat alle godsdiensten en profeten afkomstig zijn van dezelfde God, zonder enige twijfel worden vastgesteld in de islam. Uit:
Lustrumboek van de Ahmadiyya
Anjuman Isha’at islam (Lahore) Nederland Voetnoten 1. “Als Ik hem dan volkomen heb gemaakt en in hem Mijn geest heb geblazen, val u buigend voor hem neder.” (15:29) 2. “Inderdaad zal het hem, die haar reinigt, voorspoedig gaan. En inderdaad zal hij verlies lijden, die haar verderft.” (91:9-10) 3. “Zeg: Wie behoort hetgeen in de hemelen en (op) de aarde is? Zeg: Aan God: Hij heeft Zich genade voorgeschreven; Hij zal u ten dage der opstanding zekerlijk vergaderen – daaraan is geen twijfel. (Aangaande) degenen, die hun zielen verloren hebben, zij geloven niet.” (6:12) 4. “O mensen! Dien uw Heer, Die u en degenen vóór u heeft geschapen, opdat gij u hoeden zult (voor het kwaad).” (2:21) 5. “Waarlijk, degenen die geloven en degenen die Joden zijn, en de Christenen en de Sabiërs – al wie in Allah en de jongste dag geloven en goed doen, zij zullen hun beloning bij hun Heer hebben, en er is geen vrees voor hen, noch zullen zij treuren.” (2:62) “En zij zeggen: Niemand zal de tuin ingaan, behalve hij die een Jood is of de Christenen. Dit zijn hun ijdele wensen. Zeg: Breng uw bewijs, indien u waarheidlievend bent. Ja! Wie zich geheel aan God onderwerpt en de weldoener is (van anderen), heeft zijn beloning van zijn Heer en er is geen vrees voor hem, noch zal hij treuren.” (2:111-112) “O mensen! Waarlijk, Wij hebben u van een mannelijk en een vrouwelijk persoon geschapen, en u tot stammen en gezinnen gemaakt, opdat u elkander zult kennen; waarlijk, de achtenswaardigste van u is bij God degene onder u, die het best (voor zijn plicht) oppast; waarlijk, God is Wetend, Zich bewust.” (49:13) 6. “Degenen die uit hun huizen verdreven zijn zonder een rechtvaardige reden, behalve dat zij zeggen: Onze Heer is God. En was er niet Gods terugdrijven van sommige mensen door andere geweest, (dan) zouden er zeker kloosters en kerken en synagogen en moskeeën, waarin aan Gods naam dikwijls gedacht wordt, afgebroken zijn; en waarlijk, God zal bijstaan wie hem bijstaat; waarlijk, God is Sterk, Machtig.” (22:40) 7. “Degenen die de grote zonden en de onzedelijkheden schuwen, behalve de terloopse gedachte; waarlijk, uw Heer is mild in het vergeven. Hij kent u het best, wanneer Hij u uit de aarde voortbrengt en wanneer u embryo’s in de baarmoeders van uw moeders bent; derhalve, schrijf uw zielen geen reinheid toe; Hij weet het best wie zich (voor het kwaad) hoedt.” (53:32) “En de dienaren van de Weldadige God zijn degenen, die nederig op de aarde wandelen en wanneer de onwetenden hen aanspreken, zeggen zij: ‘Vrede’.” (25:63) 8. “Hij zei: ‘Wat verhinderde u dat u niet neder boog, toen Ik (het) u gebood?’ Hij zei: ‘Ik ben beter dan hij; U hebt mij van vuur geschapen, terwijl U hem van stof heeft geschapen’.” (7:12) 9. “Waarlijk, Wij hebben hem de weg gewezen; hij moge ňf dankbaar ňf ondankbaar zijn.” (76:3) “(Aangaande) degenen die geloven en het goede doen – een goede eindtoestand zal de hunne zijn en een uitnemende wederkeer.” (18:29) “Inderdaad zijn er duidelijke bewijzen van uw Heer tot u gekomen; wie dus zien wil, het is ten beste van zijn eigen ziel, en wie blind wil zijn, het zal te zijnen nadele zijn; en ik ben geen waker over u.” (6:105) 10. “Waarlijk, Wij hebben u met de waarheid gezonden, als een overbrenger van blijde tijdingen en als een waarschuwer; en er is geen volk, of een waarschuwer is onder hen geweest.” (35:24) “En ieder volk had een apostel; derhalve, wanneer hun apostel kwam, werd de zaak tussen hen met rechtvaardigheid beslist en zij zullen niet onrechtvaardig worden behandeld.” (10:47) 11. “En die in datgene geloven, wat aan u is geopenbaard en (in) datgene wat vóór u werd geopenbaard; en van het leven hiernamaals zijn zij overtuigd.” (2:4) 12. “En (Wij zonden) apostelen, die Wij u tevoren hebben vermeld en apostelen, die Wij u niet hebben vermeld.” (4:164) 13. “Waarin (alle) rechte boeken zijn.” (98:3) “En geloof in hetgeen Ik geopenbaard heb, bevestigende datgene wat bij u is ...” (2:41) “En Wij hebben u het Boek geopenbaard met de waarheid, bevestigende hetgeen daarvóór is van het Boek en een waker daarover ... Voor ieder van u hebben Wij een wet en een weg bepaald, en indien het Gode had behaagd, zou Hij u (allen) tot één volk gemaakt hebben, maar Hij zal u beproeven in hetgeen Hij u gegeven heeft, derhalve, wedijver met elkander in het zich haasten naar deugdelijke werken ...” (5:48) 14. “Waarlijk, Wij hebben de Herinnering geopenbaard, en waarlijk, Wij zijn de Wakers daarover." (15:9) “Waarlijk, is het een geëerde Qur'ân. In een Boek dat beschermd wordt.” (56:77-78) “Nee, het is een Glorierijke Qur'ân. In een Bewaarde Tafel.” (85:21-22) 15. “En indien het God had behaagd, zouden zij niet anderen (naast Hem) geplaatst hebben, en Wij hebben u niet tot een waker over hen aangesteld, en u bent geen waker over hen.” (6:108) “En beschimp niet degenen, die zij buiten God aanroepen, opdat zij, de grenzen te buiten gaande, God uit onwetendheid niet zullen beschimpen …” (6:109) “Roep tot de weg van uw Heer met wijsheid en uitnemende vermaning, en redetwist met hen op de beste wijze; waarlijk, uw Heer kent het best wie van Zijn pad afdwalen, en Hij kent het best wie de rechte weg volgen.” (16:125) 16. “Wellicht zult u zich dan uit droefheid doden, treurende over hen, indien zij niet in deze aankondiging geloven.” (18:6) 17. “Deze dag zijn u (al) de goede dingen toegestaan, en het voedsel van degenen aan wie het Boek is gegeven is u toegestaan en uw voedsel is hun toegestaan; en de kuisen uit het midden van de gelovige vrouwen en de kuisen uit het midden van degenen aan wie het Boek vóór u is gegeven, (zijn u toegestaan). 18. “Allah verbiedt u niet – aangaande degenen die geen oorlog tegen u hebben gevoerd wegens (uw) godsdienst en u niet uit uw huizen hebben verdreven – dat u vriendelijk en rechtvaardig bent tegen hen; waarlijk, Allah heeft de rechtvaardigen lief. Allah verbiedt u alleen – aangaande degegen die oorlog tegen u hebben gevoerd wegens (uw) godsdienst en u uit uw huizen verdreven en (anderen) in uw verdrijving gesteund hebben – dat u vriendschap met hen sluit, en wie vriendschap met hen sluiten, deze zijn de onrechtvaardigen.” (60:8-9) “Toestemming (tot strijden) wordt gegeven aan degenen, tegen wie oorlog wordt gevoerd, omdat zij onderdrukt worden.” (22:39) 19. “En indien zij naar vrede neigen, neig er dan ook toe.” (8:61)
Informatie voor kinderen over het vasten Hallo lieve lezertjes, Veel mensen over de hele wereld beginnen binnenkort te vasten. Als iemand in Suriname vast, dan eet en drinkt die persoon niet vanaf ongeveer vijf uur ‘s ochtends tot ongeveer kwart voor zeven ‘s avonds. Ook moet hij of zij proberen alleen maar goede dingen te doen, zoals lief zijn voor anderen en niet jokken. Alle slechte dingen zoals jokken, stelen, maar ook onbeschaafd praten, mogen niet als je vast. Mensen die zo vasten heten moslims. Moslims geloven in één God, die ze Allah noemen. Dit is dezelfde God waarin de Christenen, de Joden en Hindoes geloven, alleen noemen zij Hem anders, bijvoorbeeld de Vader, Jahweh of Brahman. De moslims vasten ieder jaar één maand lang. In die maand oefenen ze extra om goede dingen te doen, zodat ze dit de rest van het jaar ook blijven doen. Net als wanneer je hebt leren fietsen en je elke dag flink oefent, dan gaat het vanzelf. Maar als je daarna een tijdje niet meer gefietst hebt, zal je het weer even moeten oefenen. Daarom vasten de moslims elk jaar weer, zodat ze steeds meer gewend raken om goed te zijn, ook wanneer ze niet vasten. Kinderen hoeven niet te vasten, tieners wel. Zieke mensen hoeven ook niet te vasten, omdat het extra zwaar voor hun is en ook omdat ze soms medicijnen moeten slikken. Sommige kinderen willen graag vasten. Ze vasten dan in het weekend met hun familie. Na de vastenmaand wordt er een groot feest gevierd. Dit feest heet Ied-oel-Fitr. Op deze dag zijn alle mensen vrij van school of werk en gaan ze bij elkaar op bezoek. Misschien vast jij ook of ken je iemand op school of in je familie die vast. Of misschien wil je vasten, maar vinden je ouders je nog te jong om niet te eten en te drinken, de hele dag. Je kunt dan altijd op jouw manier vasten, bijvoorbeeld door goed te zorgen voor jezelf, extra lief te zijn voor je schoolvriendjes, goed je best te doen, je ouders te helpen en niet te jokken. Ook goed zijn voor de dieren en zorgen voor de aarde horen bij het vasten. Doe jij ook mee??? Dit artikel werd door het I.V.I.S.E.P. gepubliceerd in de Kinderkrant van het Surinaams ochtendblad ‘De Ware Tijd’, editie 7 november 2002. Meer lezen over het vasten?
Voor de zoveelste maal werd de wereld weer opgeschrikt, ditmaal door het feit dat een moslimvrouw in Nigeria, wegens overspel, ter dood werd veroordeeld door middel van steniging. De straf zou moeten worden uitgevoerd wanneer de vrouw ophoudt met borstvoeding te geven aan haar dochtertje. De vrouw in kwestie is de 30-jarige Amina Lawal, die eind vorig jaar van een dochter beviel, en hoopte dat het nu echt beter zou gaan met haar leven. Na van haar tweede echtgenoot gescheiden te zijn, ging ze een relatie aan met een buurman, Yahya Mohammad geheten. Toen ze zwanger werd, zei Yahya eerst dat hij geen kinderen wilde hebben. Maar het dorpshoofd van Kurami, dat is het dorpje waar Amina en Yahya wonen, bepaalde dat Yahya de verantwoordelijkheid voor het kind op zich moest nemen. Yahya gaf toen wel geld aan Amina om brandhout te kopen, waarmee water moest worden gekookt voor de bevalling. Amina vertelt dat Yahya toen ook bereid was met haar te trouwen. Ze was daarom gerustgesteld en dacht dat alles goed zou aflopen. Acht dagen na de bevalling werd ze echter door de politie gearresteerd wegens overspel. In het dorpje daar in Noord-Nigeria is overspel een zware overtreding volgens de islamitische wet, de SHARIAH. De rechter veroordeelde Amina tot de doodstraf door middel van steniging. De uitvoering moet, zoals eerder gezegd, geschieden na het spenen van haar baby. Amina ging in hoger beroep, maar ook daar besliste de rechter dat ze gedood moet worden door middel van steniging, na de periode van borstvoeding (1˝ tot 2 jaar) aan haar dochtertje. De baby, Wasila genaamd, is nu 10 maanden oud. Het doodstenigen als straf wordt echter nergens in de Heilige Koran vermeld. Maar omdat de Koran een strenge straf voorschrijft voor seksuele relaties buiten het huwelijk, hebben de moslim-religieuze leiders van toen, in navolging van de vroegere strenge wet van de oude Heilige Geschriften en tradities (zie bijv. de Bijbel, Deut. 22:22 en Lev. 20:10), het doodstenigen ook toegepast. In verschillende moslimlanden wordt deze straf inderdaad ook uitgevoerd, bijv. in Afghanistan, onder het Taliban regiem. Daarbij werd de vrouw tot boven haar borsten in de grond begraven, waarna de mensen belast met de uitvoering van de straf, alsook het gewone publiek, stenen mochten gooien totdat de persoon stierf. Ook in Iran werd een 35 jarige vrouw vorig jaar, wegens het spelen in een seksfilm, doodgestenigd. Meestal wordt deze straf alleen aan vrouwen gegeven. De mannen ontspringen vaak de dans wegens gebrek aan bewijs. In het geval van Amina was haar vriend Yahya ook gearresteerd, maar men heeft het vereiste bewijs niet kunnen leveren. Vier betrouwbare personen moeten namelijk getuigen dat ze de seksuele daad zelf hebben gezien. Yahya is dus vrijuit gegaan, omdat er geen getuigen waren, maar de strenge moslimrechter oordeelde, dat de geboorte van Baby Wasila bewijs genoeg was om Amina te veroordelen tot de doodstraf! Die rechter heeft zich dus totaal niet druk gemaakt over wie Amina zwanger had gemaakt, want anders had hij ook het bewijs tegen Yahya kunnen vinden. Hij heeft dus duidelijk selectief tegen de vrouw gehandeld; in de mannenmaatschappij worden de vrouwen meestal het slachtoffer van onrecht. In Iran, waar het stenigen ook voorkomt, wordt de man tot zijn middel en de vrouw tot haar oksels in de grond begraven en daarna met stenen bekogeld tot ze sterven. In Afghanistan wordt de vrouw tot haar nek begraven en de man achter haar aan de muur gebonden, waarna het stenen gooien begint. Saudi-Arabië kent deze straf ook, maar mensenrechtenorganisaties zijn niet zeker of het nu nog gebeurt. En in Jemen werd deze straf in het jaar 2000 weer ingevoerd om een man, die zijn 12 jarige dochter had verkracht en gedood, te straffen. Volgens getuigen heeft het stenigen 4 lange uren geduurd voordat die man stierf. In 1979, onder het regiem van Zia-ul Haq, werd het stenigen opgenomen in de Shariah van Pakistan, toen Pakistan tot moslimstaat werd verklaard. Vrouwen in Pakistan, die verkracht zijn, worden geregeld van overspel beschuldigd en ter dood veroordeeld, maar ze worden niet gedood, doch blijven opgesloten in de gevangenis, terwijl de mannen vrijuit gaan. De laatste 10 jaar is het doodstenigen ook ingevoerd in Sudan en Somalie, maar het wordt haast niet toegepast. In Nigeria, waar Amina woont, werd 2 jaar geleden in 12 overwegend moslim-noordelijke Staten de Shariah, de islamitische wet, ingevoerd. De President van Nigeria, een herboren Christen, heeft in het onderhavige geval beloofd een gratieverzoek van haar bij het Hooggerechtshof te zullen ondersteunen. Meer nog, hij zal alles wat in zijn vermogen ligt doen om te bewerkstelligen dat het vonnis niet wordt uitgevoerd. Na al deze informaties is het nu tijd om te gaan kijken wat de Heilige Koran zegt aangaande overspel. In 4:15-16 lezen we:
Hieronder volgt de uitleg van deze verzen. Met de zinsnede: “sluit haar in de huizen op totdat de dood haar achterhaalt” wordt hier bedoeld, huisarrest opleggen, zodat de fout niet opnieuw kan worden gemaakt. En met: “totdat Allah haar een weg opent”, wordt bedoeld: totdat een overspelige of een afgodendienaar haar ten huwelijk vraagt. Zie Koran 24:3:
Uit deze verzen blijkt duidelijk, dat niemand gedood wordt door opsluiting of ranseling, noch door steniging, anders zou men hier niet kunnen spreken van een eventueel huwelijk later. In de Heilige Koran zijn overspel en iemand beschuldigen van overspel beide strafbaar. Zie 24:2:
De kastijding moet in het openbaar geschieden, opdat de persoon schande krijgt door het gepleegde feit en dus niet meer de fout in gaat.
Dit zijn de enige verzen, die de straf voor ontucht in ons Heilig Boek aangeven, waaruit duidelijk wordt dat het slaan, en niet het doodslaan of doden door steniging, de straf voor ontucht is. Ten overvloede zegt de Koran dat gehuwde slavinnen de helft van de straf van vrije gehuwde vrouwen voor ontucht moeten krijgen! Hierdoor wordt bewezen dat niet de doodstraf werd uitgesproken, want je kan iemand niet voor de helft doodmaken. Je leeft of je bent dood! De rechters, door wie de doodstraf wordt uitgesproken, beweren dat onze Profeet tijdens zijn leven ook deze straf heeft toegepast. In de Hadies (de handelingen van de Profeet) lezen we dat inderdaad de Profeet een overspelige jood en jodin door steniging ter dood had laten brengen, maar dat was voordat bovengenoemde Koranische verzen aan hem waren geopenbaard. In zulke gevallen sprak de Profeet dan recht volgens de al eerder geopenbaarde Heilige Geschriften. Maar vanaf het moment van de openbaring van bovengenoemde Koranische verzen, heeft de Profeet zich strikt daaraan gehouden. Wanneer de rechters alleen maar traditioneel rechtspreken, en niet strikt volgens de Koran, zullen er vaker fouten worden gemaakt die niet alleen het imago van de islam in de wereld enorm schaden, maar ook regelrecht tegen de voorschriften van dit Heilig Boek zijn. Er zijn nog meer voorbeelden (zoals: terroristische aktiviteiten, onderdrukken van vrouwenrechten, het tot non-moslim verklaren van moslims, etc.), om maar enkele te noemen, die de negatieve beeldvorming over de islam doen toenemen. Desondanks gaan er toch dagelijks honderden personen tot de islam over. In Amerika alleen bekeren jaarlijks ongeveer 20.000 mensen zich tot de islam, zoals ons onlangs door mevr. prof. Hibba Abugideiri werd medegedeeld. Aan alle moslims is er een taak weggelegd om de ware islam aan de wereld te presenteren. Moge Allah ons daarbij behulpzaam zijn en ons meer inzicht geven om de Heilige Koran beter te leren begrijpen en ook toe te passen! Bronnen:
K.Ghafoerkhan, arts
Ik gaf een lezing in Londen op zondag 4 november 2001, na de vermelding van ‘licht’ (nűr) in de Heilige Koran als onderwerp te hebben gekozen om een beschrijving te geven van de leiding die door Allâh is geopenbaard. Ik behandelde in het bijzonder de passage uit de Heilige Koran die begint met: “Allâh is het licht van de hemelen en de aarde” (24:35). Het Diwalifeest zou binnen enkele dagen na mijn lezing plaatsvinden en het kwam in mij op dat dit bekend staat als het ‘feest der lichten’. Ik verzamelde enkele feiten over dit feest en realiseerde me dat bovenvermelde verzen uit de Heilige Koran een soort van commentaar zijn op de ideeën achter Diwali. Het lijkt alsof deze verzen, op zeer directe wijze, bepaalde misvattingen corrigeren omtrent God en Zijn relatie met menselijke wezens, die de grondslag vormen van Diwali (de aanbidding van Lakshmi, de godin van rijkdom). Opgemerkt dient te worden, dat de Heilige Koran verkeerde leerstellingen becommentarieert en corrigeert, niet alleen van de godsdiensten die bekend waren bij de Heilige Profeet Mohammed (de joodse en christelijke godsdiensten), maar ook de godsdiensten waar de Heilige Profeet Mohammed en de mensen van zijn land weinig mee te maken hadden. Wanneer de Heilige Koran op de juiste wijze wordt bestudeerd, kan men zien dat ook commentaar wordt gegeven op de leringen van het boeddhisme en hindoeďsme. Dit is een duidelijk bewijs voor de Goddelijke – en niet de menselijke – oorsprong van de Koran, en een bewijs dat dit Boek voor de hele mensheid is gezonden. De ‘licht’verzen van de Koran en de concepten achter Diwali Verder tonen wij u in een tabel aan de linkerkant de verzen 24:35-38 uit de Heilige Koran (dit hoofdstuk is getiteld An-Nűr of ‘Het Licht’), en aan de rechterkant de belangrijkste gedachten achter het Diwalifeest. De punten van overeenkomst tussen deze passage en Diwali zijn:
Hieronder plaatsen wij enkele algemene opmerkingen over de betekenis van deze passage en brengen wij ook het verband met Diwali naar voren. 1. Volgens de Koran is licht van God afkomstig om de mensen te leiden, om hen uit de duisternis te brengen. Bij Diwali echter worden lampen gebruikt, in de veronderstelling dat een god licht nodig heeft van menselijke wezens om naar hun huizen geleid te worden. 2. Het licht van God wordt hier in de Koran beschreven als licht van een lamp die schittert als een ster, op een hoge plek geplaatst, zodat het licht zich tot overal kan uitstrekken, in tegenstelling tot de kleine, door de mens gemaakte lampen van Diwali. 3. De ‘vlam’ van het licht van God wordt beschermd, net zoals een lamp beschermd wordt door een glazen omhulsel. Met andere woorden, de door God gezonden leringen van de islam worden tegen uitroeiďng beschermd. 4. De ‘brandstof’ van dat licht is afkomstig van een “gezegende olijfboom, noch oosters noch westers”, wat betekent dat de leringen van de islam gebaseerd zijn op vrede (olijfboom), die noch het oosten noch het westen in ongelijke mate bevoordelen, maar die gelijkelijk voor de gehele mensheid zijn bestemd. Merk op, dat de olijftak een oud en universeel symbool van vrede is. 5. Terwijl stoffelijke lichten brandstof verbranden en heet worden, gaat het van Allâh afkomstige licht met geen enkele hitte gepaard. De mens zelf heeft altijd gepoogd om ‘efficiëntere’ lichtbronnen uit te vinden die zo min mogelijke hitte opwekken, aangezien de hitte die een lamp produceert verloren energie is. De brandstof van het licht van Allâh brengt zuiver licht voort, zonder verbranding, zonder hitte. Vaak kleeft er aan een godsdienst een aanzienlijke hoeveelheid hitte, waarvan de volgende voorbeelden getuigen: vurige toespraken van predikers, verhitte debatten tussen volgelingen van verschillende geloven, en gemakkelijk ontvlambare, snel oplaaiende religieuze sentimenten. Maar de islamitische leringen zijn licht zonder hitte. Wij dienen dus licht te verspreiden zonder hitte op te wekken. 6. “Licht op licht”: het blijft licht geven, en daarna nog meer licht. Er bestaat geen einde aan de hoeveelheid vooruitgang die iemand kan boeken, meer en meer leiding ontvangende via het licht van Allâh. 7. Vers 37 spreekt over het licht, afkomstig van God, dat in díe huizen verschijnt waarin Hij wordt herdacht, waarin gehandeld wordt volgens Zijn leringen. Het is in huizen waarin zich personen bevinden “die door handel noch door verkoop van de gedachtenis aan Allâh, en het onderhouden van het gebed en het betalen van de armenbelasting worden afgeleid”. Tijdens de viering van Diwali stellen de mensen zich voor dat Lakshmi, die als de godin van rijkdom wordt gezien, hun huizen binnengaat en hun rijkdom zegent voor het komende jaar. In tegenstelling hiermee onderwijst de onderhavige passage van de Koran dat het licht van God díe huizen binnentreedt, waarin mensen zijn die het verwerven van rijkdom niet boven hun plicht tegenover God en hun plicht tegenover de medemens stellen. Rijkdom mag volgens de islam niet ter aanbidding tot een god worden gemaakt; wanneer wij bezig zijn met geld verdienen, moeten wij in de eerste plaats de gedachtenis aan Allâh (het denken aan Zijn leringen van oprechtheid, waarheid en eerlijk handelen), onze geestelijke plichten (gebed) en onze plichten van het goede doen tegenover anderen (liefdadigheid) in gedachten houden. 8. “En Allâh voorziet zonder maat (Arabisch: hisâb of rekening) aan wie Hem behaagt.” Men kan dit opvatten in de betekenis dat God er geen behoefte aan heeft dat wij Hem rekeningboeken tonen, zodat Hij kan bepalen hoeveel geld Hij aan ons in Zijn lotsbestemming moet toewijzen voor het volgende jaar! Terwijl de islam ons gebiedt rijkdom niet te plaatsen boven onze toewijding aan de plichten van het bidden tot God en liefdadigheid tegenover medemensen, wordt het belang van het verwerven van rijkdom niet genegeerd. In werkelijkheid onderwijst het hier, dat er voor degene die rijkdom in zijn juiste perspectieven ziet, geen grens is aan de materiële voorzieningen die door God aan hem worden geschonken. De vlotte zakenmensen die elke goede deal achterna rennen, doch verzuimen hun geestelijke en morele plichten na te komen, en die hun rekeningboeken belangrijker achten dan de rekeningschap van hun daden, zullen uiteindelijk zelfs niet eens in materieel opzicht voorspoed genieten. De islam is uniek tussen de wereldgodsdiensten door te erkennen, dat materiële rijkdom ook van God afkomstig is. En wat van God komt, is grenzeloos en oneindig. Wij zien dat de beschikbare wereldse voorzieningen voor de mensheid tegenwoordig ver voorbij datgene ligt, waarvan men zich in het verleden zelfs geen voorstelling kon maken. Echter kan die rijkdom slechts een bron van weldaad zijn, wanneer het verkregen is via het volgen van de door God vastgelegde wetten. Laten wij bidden dat onze hindoevrienden, buren en landgenoten die op Diwali lichten ontsteken, ook het licht ontvangen dat van God afkomstig is om de mensheid te leiden. De Lichtverzen uit de Heilige Koran “Allâh is het Licht van de hemelen en de aarde. Een gelijkenis van Zijn licht is als een pilaar waarop een lamp staat – de lamp zit in een glas, het glas is als het ware een helder schijnende ster – aangestoken van een gezegende olijfboom, noch oosters noch westers, waarvan de olie licht geeft, hoewel vuur het niet aanraakt – licht op licht. Allâh leidt naar Zijn licht wie Hem behaagt. En Allâh legt de mens gelijkenissen voor, en Allâh is Wetend omtrent alle dingen. In huizen welke Allâh toegestaan heeft verheven te worden en opdat aan Zijn naam daarin wordt gedacht. Hem daarin verheerlijken, in de ochtenden en de avonden. Mensen die door handel noch door verkoop van de gedachtenis aan Allâh, en het onderhouden van het gebed en het betalen van de armenbelasting worden afgeleid– zij vrezen een dag waarop de harten en de ogen zich zullen omdraaien. Opdat Allâh hun het beste zal geven voor hetgeen zij deden, en hun meer vanuit Zijn gratie geeft. En Allâh voorziet zonder maat aan wie Hem behaagt.” De Koran, hoofdstuk 24, verzen 35-38 Het Diwalifeest Dit is het belangrijkste hindoefeest, ook bekend als het feest der Lichten. Diwali (of, voluit, Dipavali) betekent een lijn of rij van lampen. Elk huis, de hut van de arme of het herenhuis van de rijke, is verlicht met de oranje gloed van flikkerende diya’s – kleine aarden lampen – ter verwelkoming van Lakhsmi, de Godin van rijkdom en voorspoed. De hele nacht door worden er olielampen (deep) opgebrand. Het is het belangrijkste feest voor koopmannen, bankiers en zakenlui, omdat de voornaamste religieuze gebeurtenis de aanbidding van Lakshmi is.” Het is het einde van de financiële jaar. Oude rekeningen worden vereffend, nieuwe boeken worden geopend. Bedrijfsboeken worden aanbeden tijdens een uitvoerige ceremonie. Alle zakenmensen beginnen met nieuwe zakenkalenders en vieren hun nieuwjaar. Zij aanbidden de godin Lakshmi om hun nieuwe bedrijfsboeken te zegenen. Lakshmi wordt in elk huis aanbeden. Het huis en zijn omgeving worden verlicht met olielampen, zodat Lakshmi duidelijk haar weg kan zien. Bronnen:
Uit:
The Light & Islamic
Review (januari
– maart 2002) Zie ook het Diwali-artikel in onze editie van oktober 2001 (opent in een nieuw venster).
De hemelvaart van de Profeet Mohammed Het woord miraadj staat in de islamitische terminologie voor een bepaalde gebeurtenis op de 27e nacht van de islamitische maand Radjab, namelijk de hemelvaart van de Heilige Profeet Mohammed (vrede zij met hem), in 2005 herdacht op 31 augustus. Men treft sinds het vroege Kalifaat verschillen aan in de vorm ervan. De vier verschillende meningen over de vorm van deze hemelreis zijn:
Het dient duidelijk te zijn, dat geloof in de waarheid van één van deze vier meningen en het onjuist achten van de overige drie op geen enkele wijze iets onttrekt aan iemands îmân (geloof) als een moslim, aangezien de voorstanders van ieder van deze vier meningen hun visie baseren op de Heilige Koran, de Hadies en de verslagen van de metgezellen van de Heilige Profeet, en ieder van hen deugdelijke argumenten bezit ten gunste van zijn mening. Noch verzwakt het verschil van mening aangaande de vorm van de Miraadj de betekenis van de gebeurtenis op zich. Door te zeggen dat de Heilige Profeet opsteeg naar de hemelen, of door te stellen dat de hemelen nederdaalden in tegenwoordigheid van de Heilige Profeet, ontneemt men niets aan deze grote gebeurtenis in de menselijke geschiedenis. Het idee van een lichamelijke hemelvaart tijdens de Miraadj presenteert zonder twijfel een prachtige reis die de menselijke geest kan visualiseren. Men treft verhalen van lichamelijke hemelvaarten naar de hemelen door de stichters, profeten en andere rechtschapenen veelal aan in de mythologie van het hindoeďsme, jodendom, christendom en zelfs sikhisme. Wij weten dankzij onze vergevorderde stand van kennis heden ten dage dat al deze verhalen van fysieke hemelvaarten mythen zijn. Elke inspanning van de kant van wie dan ook om vast te blijven houden aan het geloof in de lichamelijke hemelvaart van de Heilige Profeet, draagt op geen enkele wijze bij de superioriteit van de Heilige Profeet boven andere religieuze figuren te bewijzen; eerder wordt hij hierdoor neergehaald tot het niveau van mythologische helden uit de menselijke geschiedenis. Hiermee bewijst men een slechte dienst aan de Profeet Mohammed. Onze visie is dus, dat de hemelvaart van de Profeet Mohammed geestelijk van aard was en wij wensen deze zienswijze middels de volgende vragen nader te ondersteunen:
Het eerste vers van hfdst. 17 uit de Koran Wij laten nu de discussie betreffende de vorm van de miraadj achter ons en richten ons op de diepere betekenis ervan. De Miraadj is een gebeurtenis uit de eerste dagen van de missie van Mohammed. Wij weten dat het eerste vers van hoofdstuk 17 één van de eerste openbaringen is. Dit was een periode, die gekenmerkt werd door kwellingen en tegenslagen voor de Heilige Profeet en zijn metgezellen. Hun lijden was in deze tijd zo groot, dat het vrijwel onmogelijk was dit te verdragen zonder een rotsvaste geloofsovertuiging. Wanneer men de verzen doorleest die aan het einde van dit hoofdstuk voorkomen, ziet men dat de tegenstanders van de Heilige Profeet allerlei vragen stellen en allerlei bezwaren opwerpen:
Afgezien nu van vers 60 van dit hoofdstuk, dat de hemelreis een ‘duidelijk visioen’ (roe’yaa) noemt, vertelt de Profeet hen in antwoord op bovenstaande eisen: “Ben ik iets anders dan een sterfelijke boodschapper?” (vers 93). Was de Miraadj een lichamelijke hemelvaart geweest, dan zou zijn antwoord zeker anders zijn geweest. Het meest vanzelfsprekende wat nodig zou zijn in zulke vijandige omstandigheden, zou iets zijn wat enerzijds de Heilige Profeet en zijn metgezellen enige hoop zou kunnen verschaffen en anderzijds een zichtbaar bewijs zou kunnen zijn van de waarachtigheid van de Profeet. Geen van zijn tegenstanders was getuige van een lichamelijke hemelvaart tijdens zijn reizen van de heilige moskee te Mekka naar de moskee te Jeruzalem, en een lichamelijke hemelvaart zou derhalve haar doel voorbij hebben geschoten. Hetgeen nodig was, was iets groters dan dat; een duidelijk bewijs van de waarheid van de islam, zichtbaar voor alles en iedereen, en dit is dus vervat in het eerste vers van hoofdstuk 17. Dit bevat een boodschap van het succes van de missie van de Heilige Profeet, alsook profetieën van talrijke wapenfeiten van hem en zijn gemeenschap. Het doel van de hemelreis wordt in dit vers uitgelegd met de woorden “dat Wij hem Onze tekenen moge tonen”. De hemelreis was er dus voor het tonen van bepaalde tekenen en profetieën aan de Heilige Profeet en via hem aan andere mensen. In feite worden er in het vers met betrekking tot de hemelreis voorspellingen onthuld over het grote succes dat de Heilige Profeet zou bereiken. Zulke verzen zouden uiteraard een boodschap van hoop aan de moslims hebben gegeven en een vervulling van deze voorspellingen zou als het grootste bewijs hebben gediend van de waarachtigheid van de missie van de Heilige Profeet. De filosofie die achter de hemelreis ligt is derhalve, dat nadat de Heilige Profeet zijn Profeetschap bekendmaakte, hij onderworpen werd aan grote kwellingen. In deze noodlijdende situatie werd hem een glimp onthuld van het succes dat in het verschiet lag voor hem en zijn gemeenschap en de daaruit voortvloeiende verheffing van het menselijke ras. Strekking van de overleveringen over de hemelreis In een aantal hadies (overleveringen uit het leven van de Profeet) staat de hemelreis in detail opgetekend. Oppervlakkig bekeken, geven die overleveringen een prachtig sprookje weer, wanneer men de hemelreis slechts als een lichamelijke reis beschouwt en men niet de moeite neemt om de onderliggende betekenissen uit te diepen. Het zal geen enkel nuttig doel dienen voor een persoon en zijn metgezellen, die onder hevige kwellingen lijden door de handen van hun opponenten, maar als wij de hemelreis beschouwen als een geestelijke ervaring, zien we dat het voorspellingen en beloften bevat van het succes van degenen, die deze periode van ontberingen en leed doormaakten. Laten wij trachten de verborgen schoonheden van dit visoen – de geestelijke hemelreis – uit deze verslagen te extraheren.
De hemelreis van de Heilige Profeet Mohammed is dus in feite het verhaal van de hemelreis van het menselijke ras, welke verteld wordt in gelijkenissen en metaforen, waarin een belangrijke boodschap van hoop voor een lijdend mensdom verborgen ligt. Nauwelijks enkele jaren na de hemelreis begonnen de daarin vervatte profetieën en beloften, de één na de ander, uit te komen en de opponenten van de islam werden, ondanks al hun macht en gezag, opgeschrikt en verslagen door de handen van nederige hulpeloze slachtoffers – de Profeet en zijn metgezellen, waardoor Allâh’s belofte werd vervuld. De overwinning van de islam Door de miraadj tot een geestelijke, en niet tot een fysieke, gebeurtenis te maken, heeft Allâh duidelijk te kennen willen geven dat de overwinning van de islam en de verheffing van de moslims geheel en al in geestelijke zin zullen plaatsvinden, en niet door stoffelijke, wereldse middelen. Het vestigen van het koninkrijk van de islam betekent derhalve niet, dat door middel van geweld, oorlog of terrorisme niet-islamitische naties ten val moeten worden gebracht, wat helaas door vele moslims wordt gedacht. De islam zal alleen succesvol worden wanneer de moslims, door hun eigen voorbeeld aan de wereld te tonen, dus door te laten zien dat de islam hun geestelijk en moreel tot grote hoogten heeft kunnen brengen, de harten van de mensen veroveren en hen ervan overtuigen dat alleen zo de islam in staat is om de mens geestelijk te verheffen. Bron: The
Islamic Review, juni – juli 1981
Moslims in de Surinaamse samenleving Vandaag is het een bijzondere dag. De vastenmaand Ramadân is voorbij en het suikerfeest ‘Îd al-Fitr is aangebroken. De moskee loopt langzaam vol. De imâm neemt plaats op zijn spreekgestoelte en kijkt op zijn horloge. Daarna roept hij de mensen op de rijen te vormen. Enkele laatkomers sluiten zich nog even snel in de laatste rij aan en dan kan het ‘Îd al-Fitr gebed beginnen. De vastenmaand heeft nogal veel gevergd van de moslims, aangezien zij vanaf de dageraad tot aan de zonsondergang, dus ongeveer 13,5 uur, geen voedsel en drank gebruikten. In deze context bekeken is het interessant na te gaan in hoeverre de maatschappij aan de verschillende religieuze groeperingen in het algemeen, en aan de moslims in het bijzonder, de gelegenheid biedt in alle vrijheid hun religieuze plichten na te komen. De positieve kantenIn de afgelopen decennia zijn er enkele ontwikkelingen geweest, waardoor de moslims hier te lande steeds beter hun religieuze activiteiten konden ontplooien. Hierbij kan als eerste worden genoemd het proclameren van de ‘Îd al-Fitr tot nationale feestdag in 1970, maar ook de regeling van 1987, die islamitische werknemers toestaat op de vrijdag vrij te nemen om de gebedsdiensten bij te wonen, kan genoemd worden. Helaas moet vermeld worden, dat deze regeling slechts geldt voor landsdienaren en dat maar weinig particuliere bedrijven hieraan navolging hebben gegeven. Verder zijn er heel wat islamitische slagerijen, waardoor het voor de moslims geen probleem is om aan ritueel geslacht vlees te komen. Ook de vele halâl restaurants zijn een goed voorbeeld van de integratie van de moslims binnen de Surinaamse samenleving. Gedurende
de Ramadân van 2001 is gebleken, dat het veelal de door hindoebroeders
en -zusters bestuurde radio- en televisiestations waren, die op regelmatige
basis islamitische programma’s uitzonden; ook de Nationale Voorlichtings
Dienst Vermeldenswaard is, dat de Amerikaanse ambassadeur in Suriname gedurende de Ramadân van 2001 één van de avondgebedsdiensten bijwoonde, en wel in de moskee van de Surinaamse Islamitische Vereniging aan de Keizerstraat. Een zeer positieve ontwikkeling in Suriname is het vredig naast en met elkaar leven van belijders van de verschillende godsdiensten. Zo zijn er twee interreligieuze samenwerkingsverbanden, namelijk de Interreligieuze Raad in Suriname (I.R.I.S.) en de Interreligieuze Gezondheidscommissie (I.G.C.), waarin vertegenwoordigers van verschillende religieuze organisaties zitting hebben. Ook zien we aan de Keizerstraat te Paramaribo een moskee en een synagoge vredig naast elkaar staan. En we kunnen tot onze vreugde constateren dat, ondanks de vele gevallen van discriminatie die wereldwijd tegen moslims ontstonden als gevolg van de aanslagen in de V.S. op 11 september 2001, de religieuze vrede in Suriname bewaard is gebleven. De minder positieve kantenOndanks bovengenoemde positieve ontwikkelingen zijn er ook zaken die de godsdienstbelijdenis van de moslims hier te lande belemmeren. Om bij het islamitische vasten te beginnen: we zien dat veel werkgevers weinig of geen rekening houden met de vastenplicht van hun islamitische werknemers. Vooral werknemers die zware fysieke arbeid verrichten, kunnen door deze situatie vaak hun vastenplicht niet vervullen. Verder blijkt regelmatig dat tijdens de gebedsdiensten op de vrijdag (djumu’ah) vaak geen rekening wordt gehouden met de moslims in de moskeeën. Omliggende winkels schromen er zelfs niet voor om tijdens deze diensten luide muziek af te draaien, langsrijdende bussen idem dito. Een ander punt is, dat het islamitische offerfeest geen nationale feestdag is. Dit feest, waarbij wordt herdacht dat de profeet Abraham zijn zoon Ismaël aan God op zou moeten offeren, is in de religieuze betekenis een belangrijker feest dan het ‘Îd al-Fitr feest. De profeet Abraham is immers niet alleen in de Islâm, maar ook in het jodendom, het christendom en – onder de naam Brahma – in het hindoeďsme een centrale figuur. De Westerse wereldOok in Europa, met name in Nederland, wordt steeds meer rekening gehouden met de moslims in de maatschappij. Zo besloot het Congres van de Nederlandse Partij van de Arbeid om in haar verkiezingsprogramma op te nemen, dat Tweede Pinksterdag of Hemelvaartsdag als nationale feestdag wordt vervangen door de ‘Îd al-Fitr. Ook de christenpoliticus Holdijk van de SGP heeft zich voorstander getoond van de instelling van een nationale feestdag voor de moslims. Verder is de politieke partij D66 van mening dat de jaarlijkse kerstpakketten van de politie voortaan alcoholvrij dienen te zijn, rekening houdende met de islamitische agenten. Ook is het interessant te weten, dat de Nederlandse luchthaven Schiphol reeds enige tijd over een gebeds- en meditatieruimte beschikt, die toegankelijk is voor belijders van alle godsdiensten. En de Nederlandse minister Van Boxtel (Minderhedenbeleid) heeft onlangs het initiatief genomen om een centraal orgaan van islamitische organisaties op te richten, om de minister gevraagd en ongevraagd van advies te dienen over zaken de islam en de moslims betreffende. Ook kan vermeld worden, dat er op 1 september 2001 voor het eerst in de Verenigde Staten van Amerika een postzegel is uitgegeven ter gelegenheid van een islamitisch feest, namelijk ‘Îd al-Fitr, waarop de Arabische tekst ‘‘Îd Mubarak’ in goudkleur is afgedrukt op een blauwe achtergrond. Ter informatie: postzegels met verwijzing naar joodse en christelijke feestdagen worden al sinds de zestiger jaren in de V.S. uitgegeven. Volgens de Nederlandse krant ‘De Telegraaf’ is het moslims sinds kort toegestaan om in Duitsland op rituele wijze dieren te slachten. Een dergelijke toestemming aan joden en moslims bestaat in Nederland reeds vanaf 1996. Echter komt er, ondanks deze positieve ontwikkelingen, in de Westerse wereld nog steeds veel discriminatie tegenover aanhangers van andere dan de heersende godsdienst voor. De uitspraak van wijlen de Nederlandse politicus Pim Fortuyn, dat na de aanslagen in de V.S. van 11 september j.l. “een koude oorlog tegen de islam onvermijdelijk is”, ligt de lezers ongetwijfeld nog vers in het geheugen. Verder noemde de evangelist Franklin Graham, zoon van de welbekende Billy Graham, de islam een “verdorven en gewelddadige” religie en hij vermeldde dat de moslims niet dezelfde God dienen als het christendom. De Italiaanse premier Berlusconi noemde de westerse maatschappij superieur aan de islam (maar legde later, als gevolg van vele heftige reacties op deze uitspraak, uit dat hij het zo niet heeft bedoeld). Verder heeft de Nederlandse minister Korthals (Justitie) rechters, officieren van justitie en griffiers verboden met een hoofddoek in de rechtbank te verschijnen. Eigen inbreng Het integreren van de verschillende godsdiensten in de samenleving is uiteraard niet een zaak van de Overheid alleen. Ook de verschillende religieuze organisaties kunnen een bijdrage leveren om zich in te passen in de maatschappij. Zo zouden bijvoorbeeld de preken in een algemeen gesproken taal gehouden kunnen worden (hetgeen overigens op kleine schaal reeds gebeurt) in plaats van in de traditionele talen zoals Urdu, Indonesisch en Hindi. Verder zou, in het geval van de moslims, de Vrijdagdienst ietsje verlaat kunnen worden, zodat ook de schooljeugd de gelegenheid krijgt de diensten te bezoeken (er zijn overigens reeds moskeeën die om 14.00 uur de dienst starten, in plaats van het ‘traditionele’ tijdstip van 13.15 uur). Als voorbeeld uit de Nederlandse samenleving kunnen worden aangehaald de imâms die vanuit het buitenland naar Nederland komen. Door gebrek aan kennis van de Nederlandse maatschappij, taal, cultuur, normen en waarden bij deze geestelijken, ontstaan er regelmatig wrijvingen tussen hen en de samenleving, hetgeen de integratie van moslims in de Nederlandse samenleving niet ten goede komt. Eerlijke verdeling van feestdagenAls we de aantallen christenen, hindoes en moslims binnen de Surinaamse samenleving in beschouwing nemen, merken we dat anno 2002 de nationale religieuze feestdagen van deze groeperingen niet in verhouding zijn met de aantallen belijders van deze godsdiensten. De roep om zowel voor de moslims als voor de hindoes een extra feestdag in te stellen, weerklinkt al vele jaren lang regelmatig. Zo verscheen er reeds in de zeventiger jaren een artikel in het Algemeen Islamitisch maandblad Al-Haq, waarin de noodzaak voor het proclameren van het islamitische offerfeest als nationale feestdag werd aangegeven. Verder verscheen in het Surinaams ochtendblad ‘De Ware Tijd’ van 24 april 2001 een ingezonden artikel, waarin de onrechtvaardige verdeling van nationale feestdagen tussen christenen enerzijds en hindoes en moslims anderzijds werd aangetoond, met een oproep aan de regering om daar verandering in te brengen. Ook verscheen rondom de Divaliviering van 2001 een ingezonden artikel met een dergelijke strekking in een Surinaams dagblad. En, zoals reeds vermeld, hebben ook in Nederland verschillende politici, evenals een deel van de intelligentsia en verstandelijk denkende gelovigen van andere godsdiensten, zich positief uitgelaten over het proclameren van de ‘Îd al-Fitr tot nationale feestdag in Nederland. Conclusie We hebben hierboven kunnen lezen dat de integratie van de moslims in de Surinaamse samenleving – maar ook in de Westerse wereld – een proces is, dat in gang is en gaandeweg steeds duidelijker zichtbaar wordt, ondanks de vele gevallen van discriminatie die wereldwijd plaatsvinden tegenover belijders van deze religie. Als we constateren dat de groei van het aantal moslims wereldwijd een sterke stijging vertoont (volgens de World Christian Encyclopedia zal de wereld over 20 jaar meer moslims tellen dan christenen!), kunnen wij voorzichtig concluderen dat er in Suriname, maar ook in de Westerse wereld, ongetwijfeld steeds meer en beter zal worden ingespeeld op de religieuze behoeften van het islamitische deel van de bevolking.
Nieuwe leider Lahore Ahmadiyya Beweging De vorige Ameer van de Ahmadiyya Anjuman Isha’at-I-Islam Lahore, Dr. Asghar Hameed M.A. Ph. D, kwam te overlijden op 13 oktober j.l. Hij werd opgevolgd door Dr. Abdul Karim Saeed Pasha, zoon van wijlen Dr. Saeed Ahmad Khan, die eerder ook Ameer van de Lahore Ahmadiyya Beweging is geweest. De levensbeschrijvingen van de nieuwe en de vorige Ameer kunnen hier worden aangetroffen op onze website (opent in een nieuw venster). Diwaliviering in Brits parlement LONDEN – Het Brits parlement heeft geschiedenis geschreven door voor het eerst het lichtfeest van de hindoes, Diwali, te vieren, als erkenning van de bijdrage van de Indiërs aan de Britse maatschappij. In een boodschap noemde de Britse premier Blair het Diwalifeest een schitterend feest. Hij zei dat hij er sterk in gelooft dat de verschillende achtergronden in Engeland reusachtige sterkten en voordelen heeft gebracht voor het land. (Times of India) Noot van IVISEP: wij wachten af of ook het Îd ul-Fitre feest door het Engelse parlement zal worden herdacht. 'Moederliefde voorkomt criminaliteit' SYDNEY - Kinderen van een liefhebbende moeder vertonen in hun jeugd minder vaak crimineel gedrag. De invloed van de moeder is op dat gebied significant groter dan die van vrienden. Dit blijkt uit een onderzoek dat is uitgevoerd aan de universiteit van Queensland in Australië. Voor de studie zijn 700 jongeren tussen den 13 en 16 jaar ondervraagd en vier jaar gevolgd. (nu.nl) Bus Iran voor het eerst door vrouw bestuurd TEHERAN - De eerste vrouwelijke buschauffeur van Iran is in de stad Karaj in de provincie Teheran aan de slag gegaan. Massumeh Bolaghi is in het bezit van een universitaire graad op het gebied van verpleegkundige, maar ze voelde er meer voor om achter het stuur van een bus te gaan zitten. (nu.nl) Predikant ontsl |